Sla inhoud over

KC 2019/006

Datum uitspraak:
06/03/2019
Artikel:
9 lid 1 EVRM, 6 Gw, 4.1. huisregels
Samenvatting:
Klager mag niet zowel de gebedsdienst van de imam als de kerkdienst van de dominee en de pastoor bijwonen, terwijl hij dat wel zou willen. De inrichting gaat er vanuit dat iemand één godsdienst belijdt en om die reden kan klager of de gebedsdienst of de kerkdienst bijwonen, maar niet beide diensten. Ingevolge artikel 9 EVRM en artikel 6 Gw is het mogelijk gelijktijdig meerdere geloven aan te hangen en ze ook te praktiseren. Vanwege praktische redenen kan klager echter niet deelnemen aan - afwisselend - zowel de gebedsdienst als de kerkdienst. De praktische redenen hebben betrekking op het feit dat in de inrichting beperkt ruimte is om godsdienstoefeningen te houden, zowel wat betreft tijd als fysieke ruimte. Wanneer klager de gelegenheid zou krijgen steeds zowel de gebedsdienst als de kerkdienst bij te wonen, wordt daarmee anderen die gelegenheid, vanwege capaciteitsgebrek, ontzegd. De beklagcommissie is daarom van oordeel dat het niet steeds kunnen bijwonen van de gebedsdiensten en de kerkdiensten, weliswaar een inbreuk is op het recht van godsdienstvrijheid, maar dat deze inbreuk gerechtvaardigd is en op grond van artikel 9 lid 2 van EVRM mogelijk is, omdat deze inbreuk anderen in staat stelt hun geloof te belijden door het bijwonen van erediensten. Daarbij is van belang dat de inbreuk beperkt is. De klacht van klager is dus ongegrond.
Uitspraak:

De Beklagcommissie uit de Commissie van Toezicht bij de […] te […]

Uitspraak op het klaagschrift als bedoeld in artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (Pwb), ingekomen bij de beklagcommissie op 27 december 2018, van de gedetineerde […].

 

verblijvende in bovenvermelde inrichting,

 

 

betreffende: verzorging (godsdienst/levensovertuiging)

 

 

Het verloop van de procedure

1.1

De beklagcommissie heeft kennis genomen van de volgende stukken:

 

-          het klaagschrift;

-          de schriftelijke reactie van de directeur van 23 januari 2019.

 

1.2

De mondelinge behandeling van het klaagschrift vond plaats op 5 februari 2019. Daarbij waren aanwezig klager en namens de directeur […] samen met een stagiaire. Tevens was klagers advocaat, […] aanwezig.

 

 

De standpunten van partijen

2.1

Samengevat en zakelijk weergegeven, komt het beklag op het volgende neer.

Klager mag niet zowel de gebedsdienst van de imam als de kerkdienst van de dominee en de pastoor bijwonen, terwijl hij dat wel zou willen. Klagers vriendin is moslim en zelf is hij christelijk opgevoed. Daarom wil hij regelmatig beide bijeenkomsten bijwonen. Voordat hij gedetineerd raakte ging hij ook regelmatig met zijn vriendin mee naar de moskee en met zijn moeder mee naar de kerk. Klager is voornemens op enig moment een keuze maken tussen de Islam en het Christendom, maar is nu nog zoekende en vindt het fijn om beide diensten te kunnen bezoeken. Klager heeft ook wel individuele gesprekken met de imam en de pastoor, maar het bijwonen van een bijeenkomst is toch anders. Toen klager nog in het Huis van Bewaring verbleef mocht hij wel naar beide diensten en nu moet hij een keuze maken. Hij kan zijn op enig moment gemaakte keuze of wel de gebedsdienst of wel de kerkdienst bij te wonen wel veranderen, maar dan moet hij zich via een sprekersbriefje opnieuw opgeven en dan duurt het even voordat die keuze is doorgevoerd. Aan klager wordt nu de mogelijkheid onthouden om twee geloven actief te belijden, omdat hem per week één bijeenkomst wordt onthouden. Verder is de beslissing in strijd met artikel 9 van het EVRM, omdat daarin de vrijheid van godsdienst en geweten is opgenomen en ook de mogelijkheid om van godsdienst te veranderen. Nu klager zich steeds opnieuw moet inschrijven voor een bijeenkomst, moet het beklag gegrond worden verklaard omdat hij de gelegenheid moet krijgen om steeds de bijeenkomsten van zijn keuze te bezoeken.

 

2.2

Samengevat en zakelijk weergegeven, komt het standpunt van de directeur op het volgende neer.

In artikel 4.1 van de huisregels is opgenomen dat klager zich niet bij meerdere geestelijk verzorgers tegelijkertijd kan opgeven. Het staat klager wel vrij om zich in een andere religie te verdiepen en hij kan ook persoonlijke gesprekken met de imam of pastoor aanvragen, maar hij dient een keuze te maken welke godsdienst voor hem prevaleert, zodat hij de bijeenkomsten van die religie kan bijwonen. De inrichting gaat er vanuit dat iemand één godsdienst belijdt en om die reden kan klager of de gebedsdienst of de kerkdienst bijwonen, maar niet beide diensten. Dit stuit overigens ook op een praktisch probleem, omdat klager dan op twee lijsten zou staan en meer zou worden uitgesloten. Dit zou vervolgens ook een uitnodiging kunnen zijn voor andere gedetineerden om meerdere diensten bij te willen wonen. 

 

 

De beoordeling

3.1

Ingevolge artikel 9, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (verder: EVRM) heeft een ieder recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.

 

Volgens artikel 9, tweede lid van het EVRM kan deze vrijheid worden beperkt, bijvoorbeeld ter bescherming van de rechten van anderen.

 

De Grondwet bepaalt in artikel 6 dat een ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

 

In artikel 4.1 van de huisregels is opgenomen: “u heeft het recht uw godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden en te beleven. U wordt in de gelegenheid gesteld persoonlijk contact te onderhouden met de geestelijke verzorger van de godsdienst of levensovertuiging van uw keuze, die aan de inrichting is verbonden. Voorts wordt u in gelegenheid gesteld om de, in de inrichting gehouden godsdienstige bijeenkomsten (zoals kerkdiensten en gebedsdiensten) of levensbeschouwelijke bijeenkomsten (zoals bezinningsbijeenkomsten) van uw keuze bij te wonen, voor zover uw gezondheid zich daartegen niet verzet. Als u deelneemt, dan wordt er van u verwacht dat u komt voor een eerlijke en respectvolle bezinning. U bent medeverantwoordelijk voor een ordelijk verloop van de dienst. U kunt contact met de geestelijke verzorger van uw keuze aanvragen en/of deze kan in het kader van de zorg ook contact met u opnemen. Het is niet mogelijk om je bij meerdere geestelijk verzorgers op te geven.”

 

3.2

Voldoende staat vast dat klager, voordat hij gedetineerd raakte, zowel de moskee als de kerk bezocht, hetgeen – naar zijn zeggen – in zijn land van herkomst niet ongebruikelijk is. Voorts is onweersproken dat klager in zijn geloof zoekende is en voornemens is op enig moment een geloofskeuze te maken. Op dit moment hangt klager nog twee geloven aan, hetgeen enerzijds moeilijk te begrijpen is - omdat geen enkel geloof een ander geloof als het ware geloof erkent - en anderzijds voorstelbaar is omdat beide geloven veel gemeenschappelijk hebben.

 

3.3

De beklagcommissie dient de vraag te beantwoorden of de beperking in het bijwonen van - afwisselend - zowel de gebedsdienst als de kerkdienst op de wijze zoals klager dat voorstelt, een onaanvaardbare inbreuk is op de vrijheid van godsdienst, als bedoeld in artikel 9 van het EVRM.

 

3.4

Noch uit de Grondwet, noch uit het EVRM blijkt van enig verbod of enige belemmering om meerdere godsdiensten tegelijkertijd te belijden. Het moet er daarom voor worden gehouden dat het, onder genoemde wets- en verdragsbepalingen, mogelijk is gelijktijdig meerdere geloven aan te hangen. Daaruit volgt dat de belijder van die geloven, in beginsel het recht toekomt beide overtuigingen ook volledig te praktiseren.

 

3.5

In de inrichting wordt klager de gelegenheid geboden zijn religies vrij te belijden, bijvoorbeeld in zijn cel en hij krijgt tevens de gelegenheid om gesprekken te voeren met zowel de imam als de pastoor. Vanwege praktische redenen kan klager echter niet deelnemen aan - afwisselend - zowel de gebedsdienst als de kerkdienst, terwijl hij wel de mogelijkheid heeft om te wisselen van het vrijdaggebed naar de kerkdienst en andersom, door zich door middel van een sprekersbriefje hiervoor aan te melden.

 

3.6

De praktische redenen bedoeld onder 3.5 hebben betrekking op het feit dat in de inrichting beperkt ruimte is om godsdienstoefeningen te houden, zowel wat betreft tijd als fysieke ruimte. Wanneer klager – en met hem mogelijk ook anderen – de gelegenheid zouden krijgen steeds zowel de gebedsdienst als de kerkdienst bij te wonen, kan het niet anders dan dat anderen die gelegenheid, vanwege capaciteitsgebrek, zou moeten worden ontzegd. De rechten van die anderen op het vrij belijden van hun geloof zouden daarmee in het gedrang komen.

 

3.7

De beklagcommissie is daarom van oordeel dat het niet steeds kunnen bijwonen van de gebedsdiensten en de kerkdiensten, weliswaar een inbreuk is op het recht van godsdienstvrijheid, maar dat deze inbreuk gerechtvaardigd is en op grond van artikel 9 lid 2 van EVRM mogelijk is, omdat deze inbreuk anderen in staat stelt hun geloof te belijden door het bijwonen van erediensten. Daarbij is van belang dat de inbreuk beperkt is. Het staat klager immers vrij zijn geloof buiten de erediensten te belijden en om contact te hebben met zowel de imam als de dominee en pastoor. Daarnaast heeft klager de mogelijkheid zich desgewenst op te geven voor het afwisselend bijwonen van gebedsdienst en kerkdienst, hetgeen de inbreuk eveneens beperkt.

 

3.8

Het voorgaande leidt ertoe dat de klacht van klager ongegrond is.

 

 

DE BESLISSING

De beklagcommissie,

 

verklaart het beklag ongegrond.

 

 

Deze uitspraak is gegeven door de beklagcommissie, bestaande uit […], voorzitter, […] en […], leden, in tegenwoordigheid van […], secretaris, op […]

 

 

Het ingestelde beroep is thans nog bij de RSJ in behandeling.