Sla inhoud over

KC 2019/004

Datum uitspraak:
11/02/2019
Artikel:
196, 317, 509f Wetboek van Strafvordering, 16, 60 Penitentiaire beginselenwet
Samenvatting:
Klager beklaagt zich erover dat hij, nadat het […] van [A] naar [B], is verhuisd, niet op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren, maar op een reguliere afdeling is geplaatst, terwijl hij van mening is dat hij thuishoort op de weigerafdeling. Bovendien heeft de rechtbank te Amsterdam in een interlocutoir vonnis gelast dat klager op de observatieafdeling voor jong volwassen weigeraars geplaatst dient te worden. De directeur is van mening dat klager niet-ontvankelijk is in zijn beklag, omdat het plaatsen op een bepaalde afdeling geen beslissing is, die is genomen door of namens de directeur. De beklagcommissie is van oordeel dat de door klager bestreden beslissing een beslissing is zoals bedoeld in artikel 16 Pbw en dat klager aldus ontvankelijk is in zijn beklag. De beklagcommissie buigt zich vervolgens over de vraag of de directeur van […] uitvoering dient te geven aan een dergelijk specifiek bevel. De beklagcommissie is van oordeel dat als de rechter observatie in […] heeft bevolen, de directeur van […] met inachtneming van artikel 16 Pbw de vrijheid heeft om een gedetineerde op een door hem bepaalde afdeling te plaatsen. Observandi hebben geen recht op plaatsing op een bepaalde afdeling binnen […]. De beklagcommissie verklaart de klacht daarom ongegrond.
Uitspraak:

 

De Beklagcommissie van uit de Commissie van Toezicht bij het […[ te […]

 

De beklagcommissie uit de Commissie van Toezicht bij het […] heeft kennisgenomen van het bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:

 

[…], verder te noemen klager en thans verblijvende in het […].

 

Het klaagschrift is ertegen gericht dat klager tijdens zijn verblijf in […] van de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren is overgeplaatst naar een reguliere afdeling.

 

De directeur heeft schriftelijk gereageerd, klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen. Klager is rogatoir gehoord door de voorzitter van de beklagcommissie uit de Commissie van Toezicht bij het […].

 

In het kader van de behandeling van deze klacht heeft de beklagrechter kennisgenomen van de volgende informatie:

-       klaagschrift, gedateerd 1 september 2018 en ingekomen bij het secretariaat op 17 september 2018;

-       verweerschrift van de directie, gedateerd 25 september 2018;

-       proces-verbaal van het rogatoir verhoor van klager op 17 oktober 2018, bij het secretariaat ontvangen op 31 oktober 2018;

-       reactie van de directeur op het proces-verbaal, gedateerd 15 november 2018.

 

Het standpunt van klager

Klager beklaagt zich erover dat hij tijdens zijn verblijf in het [A] van de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren is overgeplaatst naar een reguliere afdeling. Klager is een weigeraar en meent dan ook dat hij op de zogenaamde ‘weigerafdeling’ hoort. Klager vindt het niet kunnen dat hij door een tekort aan cellen op een afdeling voor meewerkende observandi wordt geplaatst. Volgens klager is in het vonnis van de rechtbank bepaald dat hij op de zogenaamde ‘weigerafdeling’ moet worden geplaatst. In eerste instantie is klager op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren geplaatst, ook nadat het […] naar [B] was verhuisd. Op enig moment is hij echter verplaatst naar een reguliere afdeling met meewerkende observandi. Volgens klager was dit vanwege een tekort aan cellen. Klager is het niet eens met deze interne overplaatsing, gelet op het bepaalde in het vonnis van de rechtbank.

 

Het standpunt van de directie

De directeur is van mening dat klager niet kan worden ontvangen in zijn beklag omdat het plaatsen op een bepaalde afdeling geen beslissing is, die is genomen door of namens de directeur. Ook niet als het een plaatsing op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren betreft. Deze plaatsing is een onderzoeksmodaliteit, de desbetreffende afdeling biedt extra onderzoeksmogelijkheden. Op een reguliere afdeling kunnen ook observandi geplaatst worden die niet mee willen werken aan het onderzoek. Plaatsing op of overplaatsing naar een andere afdeling is vaak een manier van het onderzoeksteam om het onderzoek gestalte te kunnen geven.

 

Op de locatie in [A] was klager geplaatst op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren, op deze afdeling waren acht cellen. Na de verhuizing naar de locatie in [B] is klager geplaatst op een afdeling gelegen naast de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren. De afdeling voor moeilijk onderzoekbaren in [B] heeft zes cellen.

 

De beoordeling

Ontvankelijkheid

Allereerst moet beoordeeld worden of klager kan worden ontvangen in zijn beklag. Conform artikel 60 lid 1 Pbw kan een gedetineerde bij de beklagcommissie beklag doen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing.

 

Klager beklaagt zich erover dat hij, nadat het […] van [A] naar [B], is verhuisd, niet op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren maar op een andere afdeling is geplaatst. De directeur stelt zich op het standpunt dat klager niet kan worden ontvangen in zijn beklag omdat er geen sprake is van een beslissing zoals bedoeld in artikel 60 lid 1 Pbw. Volgens de directeur is het al dan niet plaatsen op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren een onderzoeksmodaliteit.

 

Anders dan de directeur is de beklagcommissie van oordeel dat er wel degelijk sprake is van een klager betreffende beslissing die is genomen door of namens de directeur. In het eerste en tweede lid van artikel 16 Pbw is bepaald dat de directeur de wijze van onderbrenging bepaalt van gedetineerden die zijn geplaatst in zijn inrichting. De directeur wijst aan iedere gedetineerde een verblijfsruimte toe.

 

De beklagcommissie is van oordeel dat de door klager bestreden beslissing een beslissing is zoals bedoeld in artikel 16 Pbw. Dat de redenen die ten grondslag liggen aan deze beslissing mogelijk zijn ingegeven door het onderzoek dat wordt uitgevoerd in […] doet hieraan niets af, aldus de beklagcommissie. Klager zal dan ook ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag.

 

Inhoudelijke beoordeling

De beklagcommissie stelt vast dat in een interlocutoir vonnis van de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2018 ten aanzien van klager het volgende is beslist: “Stelt de stukken in de handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde een bevel tot overbrengen van verdachte ter observatie door […] ex artikel 196 van het Wetboek van Strafvordering te verlenen en voorts al datgene te doen wat deze in het belang van het onderzoek acht.” Voorafgaand aan deze beslissing is onder 7.4. Het oordeel van de rechtbank, het volgende overwogen: “De rechtbank zal […] gelasten dat de verdachte wordt geplaatst op de observatieafdeling van […] voor jong volwassen weigeraars [ …].”.

 

De directeur merkt in zijn verweer terecht op dat […] geen observatieafdeling voor jong volwassen weigeraars kent. Wel is er de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren. Dit betekent dat het PBC geen letterlijke uitvoering kon geven aan de last van de rechtbank. De vraag dient zich aan of de rechtbank de bevoegdheid heeft om te bepalen op welke afdeling binnen […] een verdachte moet worden onderzocht. Dat is een vraag die niet ter beoordeling aan de beklagcommissie voorligt. De beklagcommissie kan wel de vraag beantwoorden of de directeur van […] uitvoering dient te geven aan een dergelijk specifiek bevel. De beklagcommissie beantwoordt die vraag ontkennend.

 

Uit het eerder aangehaalde artikel 16 Pbw komt naar voren dat de directeur de bevoegdheid heeft om een verblijfsruimte toe te wijzen aan gedetineerden die in zijn inrichting zijn geplaatst. De directeur bepaalt daarbij de wijze van onderbrenging. De artikelen 196 en 317 van het Wetboek van Strafvordering zijn de wettelijke basis voor het bevel van de rechtbank. In deze artikelen valt te lezen dat indien het noodzakelijk is dat een onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte wordt ingesteld en dit niet voldoende op een andere wijze kan plaatsvinden, de rechter-commissaris/rechtbank beveelt dat de verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar een in het bevel aan te duiden psychiatrisch ziekenhuis, bedoeld in artikel 509f, of een instelling tot klinische observatie bestemd. […] is een instelling bestemd tot klinische observatie.

 

De beklagcommissie is van oordeel dat als de rechter observatie in […] heeft bevolen, de directeur van […] met inachtneming van artikel 16 Pbw de vrijheid heeft om een gedetineerde op een door hem bepaalde afdeling te plaatsen. Dit kan al dan niet de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren zijn en plaatsing op een bepaalde afdeling van […] kan en mag mede zijn ingegeven door onderzoeksdoeleinden. Observandi hebben geen recht op plaatsing op een bepaalde afdeling binnen […].

 

In het onderhavige geval kon klager naar het oordeel van de beklagcommissie dan ook geen aanspraak maken op recht op plaatsing op de afdeling voor moeilijk onderzoekbaren. De beklagcommissie is niet gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat de plaatsing van klager op een reguliere afdeling binnen […] in strijd is met enige wet- of regelgeving. Daar komt nog bij dat gesteld noch gebleken is dat de afdeling waarop klager namens de directeur is geplaatst een ander regime of een (significant) ander voorzieningenniveau kent. Klager is in zoverre dus ook niet in enig belang geschaad. Alles overwegende zal het beklag ongegrond worden verklaard.

 

BESLISSING

De beklagcommissie verklaart het beklag ongegrond.

 

Aldus gegeven op 11 februari 2019, door mr. […] (voorzitter), mw. mr. […] en drs. […] (leden) bijgestaan door mw. mr. […], secretaris.