Sla inhoud over

Scholing- en trainingsprogramma

Scholing- en trainingsprogramma                                                                                                                         
Eén van de uitgangspunten in het jeugdstrafrecht is dat elke strafrechtelijke interventie mede in het teken moet staan van de opvoeding van de jongere. Het is in het kader van de resocialisatie en de re-integratie van jongeren in de maatschappij, van groot belang dat de begeleiding van jongeren na een strafrechtelijk verblijf in een justitiële jeugdinrichting (hierna: JJI) wordt voortgezet. Het Scholings- en Trainingsprogramma (hierna: STP), vastgelegd in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, is een instrument dat voorziet in de geleidelijke overgang van de JJI naar de vrije maatschappij.[1] In hoofdstuk 2 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen (hierna: Rjj) zijn de kaders neergelegd waarbinnen jeugdigen aan een STP kunnen deelnemen.

Het STP is onderdeel van de zogenaamde
Youturn aanpak. Dit is een vast stramien voor hoe jongeren die zijn opgenomen in JJI’s, worden benaderd. De Youturn aanpak bestaat uit vijf fases, waarvan de eerste drie plaatsvinden in de inrichting, en de laatste twee erbuiten. Het STP wordt aangeboden in de vierde fase. Deze fase staat in het teken van scholing en training buiten de inrichting. Deelname aan een STP is geen recht maar een gunst.[2]

Inhoud STP
Het STP dient bij te dragen aan een geslaagde terugkeer van de jongere in de samenleving. Een STP vindt plaats buiten de JJI in aansluiting op het verblijf in de inrichting gedurende de laatste periode van de straf of maatregel. Het uitgangspunt is dat het STP zoveel mogelijk plaatsvindt in de regio waarnaar de jongere terugkeert. De jongere verblijft tijdens de deelname aan een STP vaak bij de ouders/verzorgers of gaat bijvoorbeeld onder begeleiding op kamers wonen. Gedurende de deelname aan een STP staat de jeugdige onder begeleiding en toezicht van de (jeugd)reclassering.

Om een geslaagde terugkeer mogelijk te maken, omvat het STP activiteiten gericht op het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden, onderwijs en het vergroten van de kans op de arbeidsmarkt. Ook wordt er waar nodig bijzondere zorg geboden aan de deelnemer en wordt er aandacht geschonken aan hoe vrije tijd kan worden ingevuld. Bij aanvang van het STP is vereist dat voor de jongere een woonplek, werk en/of scholing en invulling van de vrijetijdsbesteding geregeld is.[3] Een STP omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten.[4]Omdat het STP een overgangsperiode is tussen vrijheidsontneming en terugkeer in de samenleving, zal er in de beginfase vaak sprake zijn van een intensieve begeleiding. Hierdoor zal het aantal uren activiteiten in het begin vaak meer dan 26 uur zijn, wat in de loop der tijd wordt afgebouwd.

Bij de voorbereiding van een individueel programma wordt gebruik gemaakt van erkende programma’s en modules. Het programma dient een omschrijving te bevatten van de wijze waarop het een bijdrage levert aan een geslaagde terugkeer van de jongere in de samenleving. Zowel de directeur van de JJI, de reclassering, de gezinsvoogdij-instelling als een derde organisatie kan, met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de Regeling erkenning Scholings- en trainingsprogramma’s, een voordracht voor erkenning  van een STP doen aan de sectordirectie JJI. 

Wie komt in aanmerking voor deelname aan een STP?
Jongeren in jeugddetentie komen voor STP in aanmerking als zij tenminste tweederde van de opgelegde onherroepelijke vrijheidsstraf hebben ondergaan en hun strafrestant tenminste drie maanden bedraagt. Met andere woorden, het STP kan niet later dan drie maanden voor het einde van de jeugddetentie beginnen.[5] Dit geldt ook voor jongeren die een PIJ-maatregel opgelegd hebben gekregen.

Jongeren met een PIJ-maatregel kunnen op zijn vroegst drie maanden voor het voorwaardelijke einde van de maatregel aan een STP deelnemen, als de maatregel maximaal drie jaar duurt. Hierdoor wordt de voorwaardelijke beëindiging in feite met drie maanden vervroegd. Als de maatregel tussen de drie en vijf jaar duurt, vangt het programma maximaal zes maanden voor het voorwaardelijke einde van de maatregel aan en als de maatregel tussen de vijf en zeven jaar duurt, vangt het programma maximaal één jaar voor het voorwaardelijke einde van de maatregel aan.[6]

Een jongere komt niet voor een STP in aanmerking als er ten aanzien van hem nog een andere strafvervolging is ingesteld, waarbij een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel is gevorderd. Ook jongeren die tot een vrijheidsstraf zijn veroordeeld en die de maatregel opgelegd hebben gekregen te worden geplaatst in een inrichting voor jeugdigen, komen niet in aanmerking voor deelname aan een STP. Ten derde kunnen ook voorlopig gehechte jongeren niet deelnemen aan een STP. Ten slotte komen jongeren waarvan vaststaat dat zij na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel Nederland moeten verlaten of  zullen worden uitgezet/uitgeleverd, niet in aanmerking voor deelname aan een STP.[7]

Jongeren die op civielrechtelijke grond in een justitiële jeugdinrichting verblijven, wat slechts kan wanneer is voldaan aan het bepaalde in artikel 6.2.2 Jeugdwet, komen niet in aanmerking voor deelname aan een STP, tenzij er al een STP is gestart op het tijdstip dat de jeugdige op civielrechtelijke grond in een inrichting geplaatst werd.[8]

Voordracht deelname
JJI’s betrekken jongeren actief bij de voorbereiding van het STP. Zij vinden het belangrijk dat jongeren achter de inhoud van het STP staan, dat ze weten wat deelname aan een STP betekent en wat er van hen verlangd wordt. Jongeren zijn over het algemeen gemotiveerd voor het STP dat voor en met hen is ontwikkeld. De jongere stemt vrijwel altijd in met zijn deelname aan een STP. De keuze lijkt simpel: een langer verblijf in de JJI of eerder terug keren in de maatschappij.[9]

In het geval dat de directeur schriftelijk een machtiging tot deelname aan een STP aanvraagt bij de minister, overlegt hij met de jongere voordat hij zijn aanvraag opstelt. De minister beslist binnen vier weken op de aanvraag van de directeur. De minister kan een machtiging tot deelname aan het programma weigeren, indien de aanvraag niet voldoet aan de eisen in artikel 8 lid 1 Rjj of naar zijn oordeel het karakter van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel met de wijze waarop het programma is vormgegeven onverenigbaar is. Ook indien het programma naar zijn oordeel niet zal bijdragen aan een geslaagde terugkeer in de samenleving, kan hij de deelname aan het programma weigeren.[10]


Beslissing deelname
Wanneer de directeur bovenstaande machtiging van de minister heeft verkregen, kan hij beslissen over deelname van een jongere aan een STP.[11] STP-beslissingen zijn dus beklagwaardig. In zijn beslissing betrekt de directeur de volgende aspecten: het gedrag van de jeugdige, het nakomen van afspraken door de jeugdige, de gemotiveerdheid van de jeugdige om deel te nemen aan het STP, de mate waarin de jeugdige tijdens zijn deelname in staat kan worden geacht de met de grotere vrijheden verbonden verantwoordelijkheid te dragen, een aanvaardbaar verblijfadres en de geschiktheid van de jeugdige voor een bepaald STP.

Ook betrekt de directeur de aard, de zwaarte en de achtergronden van het gepleegde delict, het huidige detentieverloop en het gevaar voor recidive bij zijn beslissing. Voordat de directeur beslist over deelname aan een STP, moet de jeugdige zich schriftelijk bereid verklaren om deel te nemen aan het programma. Ook moet de jeugdige verklaren de aan het STP verbonden voorwaarden na te leven. Bij aanvang van het STP ontvangt de jeugdige van de directeur een schriftelijke verklaring waarin de activiteiten van het STP en de daaraan verbonden voorwaarden zijn vermeld, en de gronden waarop de deelname aan het STP kan worden beëindigd.[12]

Voorwaarden voor deelname
Aan de deelname door een jeugdige aan een STP wordt, onverminderd eventuele nader door de directeur te stellen bijzondere voorwaarden, een aantal algemene voorwaarden verbonden. Allereerst moet de deelnemer zich gedragen in overeenstemming met de aanwijzingen van degene die is belast met zijn begeleiding en het houden van toezicht op hem (vaak een (jeugd)reclasseerder) en aan deze persoon alle verlangde inlichtingen verschaffen. Vervolgens moet de deelnemer van tevoren melding doen aan de directeur van een verandering van zijn verblijfplaats. Ten slotte mag de deelnemer zich niet schuldig maken aan een strafbaar feit.[13] Aan deelname aan een STP kan volgens artikel 12 lid 2 Rjj de bijzondere voorwaarde worden gesteld dat de deelnemer zich onder elektronisch toezicht laat stellen.

Overtreding voorwaarden
De begeleider van de jeugdige rapporteert direct aan de directeur in geval van overtreding van de voorwaarden. De directeur kan, afhankelijk van de ernst van de overtreding, beslissen tot het geven van een waarschuwing, wijziging of aanvulling van de bijzondere voorwaarden. Hij kan ook de jeugdige tijdelijk terugplaatsen in de inrichting, of het STP beëindigen. De directeur geeft de deelnemer indien hij zo’n beslissing neemt, meteen schriftelijk en zo veel mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal een met redenen omklede, gedagtekende en ondertekende mededeling.[14] Tegen zojuist genoemde beslissingen van de directeur kan de jeugdige een klacht indienen bij de beklagcommissie.[15]

De minister kan ook de machtiging intrekken zodra de algemene voorwaarden worden overtreden of zodra de jeugdige vierentwintig uur ongeoorloofd afwezig is, tenzij er sprake is van overmacht. De minister kan de machtiging intrekken zodra het OM aan de directeur meldt dat de jeugdige wordt aangemerkt als verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Hij kan dit ook doen indien er feiten of omstandigheden bekend worden die, als ze bekend waren geweest ten tijde van het verlenen van de machtiging, ertoe geleid zouden hebben dat de machtiging niet of niet in deze vorm zou zijn verleend. Indien de minister de machtiging tot deelname intrekt, geeft hij daarvan kennis aan de directeur, die vervolgens de deelname van de jeugdige aan het programma beëindigt.[16]

STP in de praktijk

In 2005 deed de Inspectie Jeugdzorg onderzoek naar de toepassing van het STP (sinds 2002) bij verschillende JJI’s. Er werd geconcludeerd dat er op individueel vlak goede resultaten met het STP worden behaald. Hier staat tegenover dat nog te weinig jongeren daadwerkelijk aan een STP deelnemen. Dit komt gedeeltelijk doordat de JJI’s en hun ketenpartners nog bezig zijn om het STP goed en effectief te laten werken en gedeeltelijk door praktische knelpunten.[17]Onderzoek van de Algemene Rekenkamer van september 2007 bracht aanwijzingen naar voren dat het STP een onveranderlijk effect heeft op de recidivecijfers. Ook werd geconcludeerd dat het systeem van nazorg te weinig wordt toegepast in de praktijk.[18] Cijfers laten dit ook zien.

In onderstaande tabel zie je per jaar het aantal gestarte STP’s ten opzichte van de totale uitstroom van jeugdigen uit jeugddetentie.[19]

 

Jaar

Aantal gestarte STP’s

Totale uitstroom

2011

78

417

2012

65

382

2013

61

322

2014

52

312

2015

61

284

 

Het aantal nieuw gestarte STP’s in 2017 ligt met 43 iets onder het niveau van 2016, toen er 47 zijn gestart.[20] Er is dus een duidelijke daling zichtbaar.

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

[1]Inspectie Jeugdzorg, Een betere terugkeer in de maatschappij. De uitvoering van STP en proefverlof in de praktijk, januari 2006, p. 11.

[2]Handboek Jeugd & Strafrecht 2013, par. 6.3.2.

[3]Inspectie Jeugdzorg, Een betere terugkeer in de maatschappij. De uitvoering van STP en proefverlof in de praktijk, januari 2006, p. 19.

[4]Artikel 2 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[5]Artikel 4 lid 1 sub b Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[6]Artikel 5 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[7]Artikel 3 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[8]Artikel 6 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.
[9] Inspectie Jeugdzorg, Een betere terugkeer in de maatschappij. De uitvoering van STP en proefverlof in de praktijk, januari 2006, p. 19.

[10] Artikel 8 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[11] Artikel 9 lid 1 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.  

[12]Artikel 9 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[13]Artikel 12 lid 1 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[14]Artikel 12 lid 3 en 4 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[15]Artikel 13 lid 1 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[16]Artikel 12a Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

[17] Inspectie Jeugdzorg, Een betere terugkeer in de maatschappij. De uitvoering van STP en proefverlof in de praktijk, januari 2006, p. 3.

[18]Kamerstukken II 2007/08, 31215, 2, p. 16-19 

[19]Verplichte (na)zorg voor kwetsbare jongvolwassenen? Onderzoek naar de juridische mogelijkheden voor (verplichte) hulp aan kwetsbare jongvolwassenen na kinderbescherming” (in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, Ministerie van Veiligheid en Justitie) 2016, p. 48.

[20]DJI in getal 2013- 2017, Augustus 2018, p. 89.