Sla inhoud over

Onderwijs en vorming ter beschikking gestelden

Onderwijs
Ter beschikking gestelden hebben het recht om onderwijs en vorming te krijgen. Indien daarin niet is voorzien in een verplegings- en behandelplan draagt het hoofd van de inrichting er zorg voor dat daarin alsnog voorzien wordt (artikel 43 lid 1 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (hierna: Bvt).

Verpleegden hebben de keuze uit gevarieerde onderwijsmogelijkheden. Dit betekent dat zij zowel primair onderwijs kunnen volgen in taal en rekenen, als beroepscursussen en opleidingen, mbo/hbo opleidingen en universiteit. Het volgen van onderwijs is primair in het leven geroepen om tot kennisoverdracht en vergroting van studievaardigheden te dienen. Daarnaast dient het onderwijs ook tot verhoging van inzicht in de eigen mogelijkheden, zelfvertrouwen en van eigen verantwoordelijkheid (therapeutische doeleinden).[1]

Ter beschikking gestelden hebben toegang tot de bibliotheekvoorziening binnen de inrichting. In de huisregels worden nadere regels gesteld ten aanzien van de toegang tot deze voorziening [2]. Daarnaast wordt er onder strikte voorwaarden wel toestemming verleend voor internettoegang voor specifieke opleidingen.

Vergoeding onderwijs/ educatie
Artikel 43 lid 4 Bvt bepaalt dat de Minister regels stelt omtrent vergoedingen voor onderwijs indien daar niet in wordt voorzien door de inrichting. De Penitentiaire beginselenwet (hierna: Pbw) geeft ten aanzien van vergoeding voor onderwijs een gelijkluidende bepaling. Daarmee is de memorie van toelichting op de Pbw op het punt van onderwijs en andere educatieve activiteiten gelijkelijk van toepassing op de situatie in de justitiële inrichtingen voor verpleging van ter beschikking gestelden.[2]

De Regeling tegemoetkoming kosten onderwijs verpleegden bevat regels met betrekking tot de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming kan worden verkregen in de kosten die een verpleegde moet maken bij het volgen van onderwijs en deelneming aan andere educatieve activiteiten. Het verzoek wordt tijdig schriftelijk gedaan voor het verstrijken van de inschrijvingstermijn voor de desbetreffende onderwijsvorm. Het hoofd van de inrichting dient daarover te beslissen binnen een maand na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Het verzoek moet tenminste inhouden:

- de naam van de verpleegde;
- het onderwijs of de andere vorm van educatie welke de verpleegde wenst te volgen;
- gegevens omtrent vooropleiding;
- kosten die aan het onderwijs of de educatie verbonden zijn.

De mate waarin het verzoek van de verpleegde wordt ingewilligd kan afhankelijk zijn van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de deelname aan onderwijs of educatieve activiteiten, of van de vorderingen van de verpleegde. Indien een verpleegde ongemotiveerd is om bepaalt onderwijs te volgen, is het goed denkbaar dat er geen tegemoetkoming zal worden aangeboden voor het onderwijs. Daarnaast staat het het hoofd van de instelling vrij om eisen te stellen aan de vorderingen die de verpleegde maakt.

Het onderwijs en/of de educatie waar een vergoeding voor wordt aangeboden, maakt onderdeel uit van het verplegings- en behandelplan. Alle afspraken in het kader van onderwijs en/of educatie worden opgenomen in het verpleegdedossier (artikel 4 lid 1 en 2 van de Regeling). Het is goed denkbaar dat bepaalde vormen van onderwijs niet in overeenstemming zijn met het verplegings- en behandelplan. In de toelichting op de Regeling wordt het voorbeeld aangedragen van de pedoseksuele zedendelinquent die een opleiding gaat volgen in het kader van de jeugdhulpverlening. Hier zal dan ook geen tegemoetkoming voor worden aangeboden[.[3]

Activiteiten
Los van onderwijs wordt er door verpleegden veel gedaan aan activiteiten van sociaal-culturele aard. In de inrichtingen zijn daarvoor voorzieningen aanwezig. Bij deze activiteiten kan gedacht worden aan muziek en toneel, schilderen en tekenen en andere creatieve activiteiten. De activiteiten worden regelmatig georganiseerd met instanties en/of personen van buiten de inrichting. Het doel van deze activiteiten is veelal de vergroting van zelfinzicht en zelfvertrouwen. Net als bij het onderwijs worden de activiteiten dan ook georganiseerd voor therapeutische doeleinden. Vaak wordt dan ook gesproken over ‘creatieve therapie’ of ‘muziektherapie’ en dergelijke.[4]

Beklag
Een verpleegde kan klagen als er geen onderwijs geboden wordt. Op grond van artikel 56 lid 1 sub e Bvt kan een verpleegde bij de beklagcommissie namelijk zijn beklag doen over een beslissing die een beperking inhoudt van een recht, dat hem op grond van een bij of krachtens deze wet gegeven voorschrift dan wel enig ander wettelijk voorschrift of een eenieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag toekomt.

 

[1] C. Kelk, ‘Nederlands detentierecht’, Kluwer: Deventer 2008, p. 378.

[2] artikel 43 lid 2 Bvt.

[3] zie toelichting op Regeling tegemoetkoming onderwijs verpleegden.

[4] C. Kelk, ‘Nederlands detentierecht’, Kluwer: Deventer 2008, p. 378.