Sla inhoud over

Jurisprudentie

Jurisprudentie beklagcommissie
7 maart 2014, KC 2014/047
Klager beklaagt zich er over dat hij geen eigen laptop tot zijn beschikking mag hebben voor het volgen van zijn opleiding. De kliniek stelt dat het gebruik van een computer wellicht nodig is voor het volgen van de LOI studie, maar dat klager gebruik kan maken van de op de afdeling of bij onderwijs aanwezig computers. Klager betwist dit en heeft ongeveer 2 à 3 uur per dag nodig voor zijn studie. Gelet op het feit dat klager gedurende de dag een programma volgt en deze computer op de afdeling staat voor alle patiënten, acht de beklagcommissie voldoende aannemelijk dat een dergelijk aantal uren niet makkelijk kan worden behaald. De beklagcommissie acht voldoende aangetoond dat het gebruik van een computer vereist is voor het volgen van deze studie. In haar beslissing neemt zij de huidige ontwikkelingen in de samenleving ten aanzien van het gebruik van ICT-middelen en hetgeen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie naar voren is gebracht in zijn brief aan de Tweede Kamer van 19 juni 2013 (TK 2012-2013, 24587 nr. 535) omtrent het belang van gebruik van ICT-middelen in het kader van de resocialisatie van gedetineerden in overweging. De beklagcommissie is van oordeel dat de directie de afwijzing van klagers verzoek om over een (gecontroleerde en aangepaste) laptop te kunnen beschikken onvoldoende heeft gemotiveerd. Het beklag wordt gegrond verklaard en de bestreden beslissing wordt vernietigd. De directeur wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de inhoud van de uitspraak.
Ten aanzien van deze beslissing is beroep ingesteld onder nummer: RSJ 22 juni 2015, 15/0439/TA: De beroepscommissie van de RSJ verklaart het beroep van klager ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter.

22 februari 2010, KC 2010/012
Klaagschrift A. is gericht tegen (onder andere) 3. het ontbreken van onderwijs dat niet alleen het gevolg is van het ontbreken van computers, maar ook vanwege het ontbreken van voldoende lesmateriaal. Aangeboden cursussen zijn enkel te volgen op eigen kosten, nu nog niet bekend zou zijn wie de cursussen gaat betalen. Klacht gegrond met toekenning van compensatie van € 50,00) 4. de afwezigheid van een bibliotheek. Ter zitting blijkt de bibliotheek inmiddels geopend, maar klager mist veel in de boekencollectie. De boeken betreffen afgeschreven boeken uit een andere inrichting en klager mist veel naslagwerk en specifieke TBS-informatie. Klacht gegrond zonder compensatie nu ten tijde van het indienen van de klacht geen bibliotheek in de inrichting aanwezig was. Klager niet-ontvankelijk in klacht ten aanzien van de hoeveelheid en kwaliteit van de boeken in de bibliotheek.

14 januari 2010, KC 2010/009
Klager beklaagt zich over het feit dat er geen onderwijs wordt aangeboden, terwijl klager zeer gemotiveerd is om onderwijs te volgen. De directie verklaart dat het onderwijs nog niet is opgestart.
De beklagcommissie oordeelt als volgt: ‘Op grond van artikel 43 lid 1 Bvt heeft iedere patiënt recht op vorming en onderwijs. Gelet op hetgeen bepaald in artikel 56 lid 1 sub e Bvt is klager derhalve ontvankelijk in zijn klacht op dit punt. Nu klager in elk geval sinds 1 september 2009 in de inrichting verblijft en er tot op heden geen aanvang is gemaakt met het verzorgen van onderwijs overweegt de beklagcommissie dat dit een schending oplevert van bovengenoemd recht. De aanloopproblemen welke een nieuw opgerichte inrichting op haar weg vindt leveren thans geen rechtvaardiging meer op. De beklagcommissie verklaart derhalve het beklag op dit punt gegrond.
De beklagcommissie begrijpt dat de kliniek opstartproblemen ondervindt en neemt kennis van de vorderingen en inspanning die de directie verricht ten einde het onderwijs te faciliteren. Echter de beklagcommissie overweegt tevens dat de rechten van klager onder alle omstandigheden moeten worden gewaarborgd, in het bijzonder waar het gaat om een fundamenteel recht als het recht op onderwijs. De beklagcommissie bepaalt derhalve dat aan klager een compensatie moet worden toegekend ten bedrag van € 50,00.

Jurisprudentie beroepscommissie
RSJ 20 januari 2017, 16/3947/TA
Klager heeft toestemming internet te gebruiken voor zijn studie rechten. Hij beklaagt zich erover dat het hoofd van de inrichting de gemaakte afspraken omtrent klagers studie en internetfaciliteiten niet of onvoldoende zou zijn nagekomen. De beroepscommissie is van oordeel dat klager onder begeleiding van een hulpdocent meermalen per week in de gelegenheid wordt gesteld om voor zijn studie het internet op te gaan. Dat eenmalig de toegang niet is verleend, kan niet tot het oordeel leiden dat het hoofd van de inrichting de gemaakte afspraken omtrent klagers studie en de daarmee samengaande internetfaciliteiten niet of onvoldoende zou zijn nagekomen. Klager wordt voldoende gefaciliteerd en gestimuleerd in het afronden van zijn studie. Beroep ongegrond, bevestiging van de uitspraak van de beklagcommissie met wijziging van gronden.

RSJ 10 februari 2015, 14/4034/TA 
Klager wil het studiegeld terug ontvangen vanwege onvoldoende gelegenheid krijgen om te studeren. In vervolg op uitspraak 14/948/TA- eindbeslissing (zie hieronder) van de beroepscommissie heeft de inrichting op 15 december 2014 klagers verzoek om over een laptop te mogen beschikken afgewezen. Ter voorbereiding op het Staatsexamen VMBO TL maakt klager gebruik van onderwijsmateriaal van de LOI cursus Zorg & Welzijn - welke cursus hij niet volgt - omdat dit materiaal beschikbaar is zonder verdere ingangseisen. Klager heeft, ook naar oordeel van de afdeling onderwijs, voldoende onderwijsuren – mits klager daar effectief gebruik van maakt – voor begeleiding bij zijn studie en voor het maken van huiswerk. Klager heeft zijn stelling dat hij door toedoen van de inrichting niet aan zijn studie toekomt niet gemotiveerd. Klager doet zelf elke week onvoldoende aan
zijn studie en heeft geen schadeclaim bij de directeur ingediend. De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter met verbetering van de gronden.

RSJ 19 november 2014, 14/0948/TA - eindbeslissing
Klager beklaagt zich over de weigering om over een eigen pc/laptop te mogen beschikken teneinde zijn LOI-opleiding te kunnen volgen en voltooien.

In haar tussenuitspraak van 2 juli 2014 (14/0948/TA-tussenuitspraak) heeft de beroepscommissie de behandeling van het beroep aangehouden teneinde het hoofd van de inrichting in de gelegenheid te stellen nader te motiveren op welke wijze uitvoering aan het lesprogramma van klager zal worden gegeven. De beroepscommissie heeft daarbij als suggestie meegegeven dat klager in de gelegenheid zal worden gesteld tijdens arbeidsuren op een pc te werken aan zijn opleiding, waarna de afspraken over onderwijs en pc-gebruik concreter worden vastgelegd in een behandelplan/plan van aanpak dan thans het geval is.

Het hoofd van de inrichting heeft hierop gereageerd, niet door overlegging van de gevraagde gegevens, maar door het aanvoeren van een nieuw argument namelijk dat de studie waar het behandelplan betrekking op heeft niet de studie VMBO Zorg en Welzijn betreft, hetgeen klager ontkent, en door andermaal het standpunt in te nemen dat klager voldoende uren tot zijn beschikking heeft om zijn studie te volgen. Blijkens eerdergenoemde tussenuitspraak was de beroepscommissie echter al tot de conclusie gekomen dat klager met toestemming van de kliniek de studie Zorg en Welzijn volgt bij de LOI, dat die studie een sterk digitaal karakter heeft en dat klager aannemelijk heeft gemaakt dat de door de inrichting geboden gelegenheid tot computergebruik niet voldoende is. Nu het hoofd van de inrichting, ondanks de uitdrukkelijke uitnodiging hiertoe niet nader heeft gemotiveerd op welke wijze uitvoering aan het lesprogramma van klager gegeven zal worden en onvoldoende is gebleken dat klager voldoende uren per week kan maken voor het volgen van zijn opleiding zal de beroepscommissie het beroep van het hoofd van de inrichting ongegrond verklaren.

Met de ongegrondverklaring van het beroep herleeft de uitspraak van de beklagcommissie, hetgeen inhoudt dat het hoofd van de inrichting een nieuwe beslissing dient te nemen met inachtneming van hetgeen zowel de beklag- als de beroepscommissie hierover reeds hebben vastgesteld.

RSJ 25 juni 2012, 12/1029/TA
Klager wilde graag een cursus geschiedenis volgen. Dit is door het hoofd van de inrichting geweigerd. Uit artikel 43, eerste lid, van de Bvt volgt onder meer dat het hoofd van de inrichting zorg draagt voor onderwijs aan tbs-gestelden, zonder dat zij daaraan een recht op onderwijs kunnen ontlenen. Derhalve betreft het beklag de schending van een zorgplicht en géén schending van een in wet of verdrag neergelegd recht, welke schending dan onderhevig zou zijn aan een beoordeling op redelijkheid en billijkheid. De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in het beklag.

RSJ 2 november 2009, 09/1843/TA e.a.
Klager wilde graag een NTI-cursus volgen. De ITB-er heeft klager voorgesteld om naar mogelijkheden te kijken bij de sectie onderwijs. De cursus boekhouden die hem intern kon worden geboden stemde niet overeen met de NTI-cursus. Volgens de inrichting zou deze NTI-cursus van een te hoog niveau zijn. Klager heeft de NTI-cursus zelf besteld maar de inrichting heeft de afspraken met NTI ongedaan gemaakt. Klager beklaagt zich erover dat hem de kans is ontnomen om de NTI-cursus te volgen. Volgens de inrichting kon klager zich laten testen bij onderwijs om zijn niveau te bepalen. Klager zou hierover nadenken maar heeft geen gebruik gemaakt van het aanbod. Het is derhalve niet formeel tot een aanvraag gekomen.
De beroepscommissie is van oordeel dat, nu klager niet op het door de inrichting gedane aanbod is ingegaan, de beslissingen van het hoofd van de inrichting niet als onredelijk of onbillijk kunnen worden aangemerkt. Beklag ongegrond.