Sla inhoud over

Wet- en regelgeving onderwijs volwassenen

Penitentiaire beginselenwet (Pbw)
Artikel 48
1. De gedetineerde heeft recht op het kennis nemen van het nieuws, voor eigen rekening, en het wekelijks gebruik maken van een bibliotheekvoorziening. De gedetineerde heeft het recht op het volgen van onderwijs en het deelnemen aan andere educatieve activiteiten voor zover deze zich verdragen met de aard en de duur van de detentie en de persoon van de gedetineerde.
2. De gedetineerde heeft recht op lichamelijke oefening en het beoefenen van sport gedurende ten minste tweemaal drie kwartier per week, voor zover zijn gezondheid zich daar niet tegen verzet.
3. De directeur draagt zorg dat daarvoor in aanmerking komende functionarissen in de in het eerste lid, tweede volzin, en tweede lid bedoelde activiteiten kunnen voorzien.
4. Onze Minister stelt regels omtrent de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming kan worden verleend in de kosten die voor de gedetineerde aan het volgen van onderwijs en het deelnemen aan andere educatieve activiteiten voor zover hierin niet in de inrichting wordt voorzien, kunnen zijn verbonden. Deze voorwaarden kunnen betreffen de aard, de duur en de kosten van deze activiteiten alsmede de vooropleiding van de gedetineerde en diens vorderingen.

Artikel 49
1. De gedetineerde heeft recht op recreatie en dagelijks verblijf in de buitenlucht, voor zover zijn gezondheid zich daar niet tegen verzet.
2. De directeur draagt zorg dat de gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld tot deelname aan recreatieve activiteiten, gedurende ten minste zes uren per week.
3. De directeur draagt zorg dat de gedetineerde in de gelegenheid wordt gesteld dagelijks ten minste een uur in de buitenlucht te verblijven.

Penitentiaire maatregel (PM)
Artikel 3
1. Het dagprogramma voor een inrichting of afdeling wordt bepaald in de huisregels en beslaat de
periode tussen uitsluiting van de gedetineerden in de ochtend en in de insluiting van de gedetineerden voor de nacht.
2. In het regime van algehele gemeenschap, bedoeld in artikel 20 van de wet, duurt het dagprogramma minimaal 59 uren per week en worden daarin tussen 18 uren en 63 uren per week aan activiteiten en bezoek geboden.
3. In het regime van beperkte gemeenschap, bedoeld in artikel 21 van de wet, worden tussen 18 uren en 63 uren per week aan activiteiten en bezoek geboden.
4. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de verschillende regimes die in de daarbij aangeduide inrichtingen gelden.

Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting
Artikel 30
1. Incidenteel verlof in verband met studie of vakopleiding kan slechts worden verleend indien de studie of vakopleiding voorafgaand aan de detentie is aangevangen, uitzicht bestaat op een spoedige afronding en de gedetineerde zelfstandig kan reizen.
2. Incidenteel verlof in verband met deelname aan examens kan slechts worden verleend indien de gedetineerde zelfstandig kan reizen of een passend beveiligingsniveau kan worden gewaarborgd.

Regeling tegemoetkoming kosten onderwijs gedetineerden
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. kosten: bedragen die verschuldigd zijn voor het volgen van een opleiding, de aanschaf van leermiddelen of voor het afleggen van tentamens en examens;
b. opleiding: onderwijs dat wordt verzorgd door een bij of krachtens de wet erkende onderwijsinstelling, voor zover hierin niet in de inrichting wordt voorzien;
c. educatieve activiteiten: activiteiten, niet zijnde onderwijs, gericht op de bevordering van de persoonlijke ontplooiing ten dienste van het maatschappelijk functioneren van de gedetineerde door de ontwikkeling van kennis, inzicht, vaardigheden en houdingen op een wijze die aansluit bij zijn behoeften, mogelijkheden en ervaringen alsmede maatschappelijke behoeften, voor zover hierin niet in de inrichting wordt voorzien;
d. verzoek: een verzoek om tegemoetkoming in de kosten;
e. detentie- en re-integratieplan: een beschrijving van de re-integratiedoelen en van de afspraken omtrent verwezenlijking van deze doelen, die in overleg met de gedetineerde worden opgesteld.

Artikel 2
1. De gedetineerde die aan een opleiding of aan een educatieve activiteit wenst deel te nemen, kan een verzoek om tegemoetkoming in de kosten indienen bij de directeur indien aannemelijk is dat hij niet zelf de kosten kan dragen en indien niet uit andere hoofde in een tegemoetkoming in de kosten kan worden voorzien.
2. Het verzoek wordt tijdig voor het verstrijken van de inschrijvingstermijn voor de betreffende onderwijsvorm schriftelijk bij de directeur ingediend.
3. De directeur beslist binnen één maand na de dag waarop het verzoek is ontvangen.
4. Bij een meerjarige opleiding dient de gedetineerde jaarlijks een verlengingsverzoek in.
5. Het schriftelijk verzoek bevat:
a. de naam van de gedetineerde;
b. een omschrijving van de opleiding of educatieve activiteit;
c. gegevens omtrent de vooropleiding van de gedetineerde;
d. de aanvangsdatum van de opleiding of educatieve activiteit;
e. de duur van de opleiding of educatieve activiteit;
f. de onderbouwing van het verzoek;
g. de kosten van de opleiding of educatieve activiteit en de hoogte van de tegemoetkoming die wordt verzocht;

Artikel 3
De opleiding of educatieve activiteit voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a. de opleiding of educatieve activiteit is in overeenstemming met hetgeen over onderwijs is opgenomen in het detentie- en re-integratieplan;
b. de opleiding of educatieve activiteit sluit aan bij de vooropleiding van de gedetineerde;

Artikel 4
1. Het verzoek komt niet voor inwilliging in aanmerking indien:
a. al eerder een tegemoetkoming in de kosten van een andere opleiding of een educatieve activiteit aan de gedetineerde is verstrekt;
b. de gedetineerde voldoende gekwalificeerd is om na detentie een plaats op de arbeidsmarkt te verwerven;
c. de opleiding of educatieve activiteit een zodanige duur heeft dat minder dan de helft van de opleiding kan worden voltooid tijdens het verblijf in de inrichting.
2. De directeur is bevoegd van het eerste lid af te wijken om in bijzondere omstandigheden tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van het eerste lid mochten voordoen.

Artikel 5
1. De tegemoetkoming wordt toegekend voor een periode van niet meer dan één jaar.
2. De tegemoetkoming in de kosten van een opleiding of educatieve activiteit van meer dan zes maanden bedraagt ten hoogste € 100,– per maand.
3. De tegemoetkoming in de kosten van een opleiding of educatieve activiteit van minder dan zes maanden bedraagt ten hoogste € 600,–.

Artikel 6
1. De tegemoetkoming in de kosten wordt verstrekt onder de volgende voorwaarden:
a. de voortgang van de opleiding of educatieve activiteit wordt desgevraagd door de gedetineerde aan de directeur inzichtelijk gemaakt;
b. van de studieresultaten, waaronder begrepen het behalen van examens, worden door de gedetineerde aan de directeur afschriften verstrekt.
2. Bij onvoldoende studieresultaten kan de directeur de toegekende tegemoetkoming stopzetten en de reeds betaalde tegemoetkoming terugvorderen.
3. De tegemoetkoming in de kosten stopt zodra het verblijf in de inrichting is geëindigd.

Artikel 7
De gedetineerde ontleent aan de tegemoetkoming in de kosten geen recht op:
a. het verlaten van de inrichting om de opleiding of de educatieve activiteit te volgen of deel te nemen aan examens. Daartoe dient tijdig een verzoek om verlof te worden gedaan.
b. het gebruik van het internet. De directeur bepaalt bij de beoordeling van het verzoek of, en zo ja onder welke voorwaarden, de gedetineerde voor de opleiding of de educatieve activiteit gebruik kan maken van het internet.

Artikel 8
1. Deze regeling treedt in werking op 1 november 2013.
2. Deze regeling is tevens van toepassing op verzoeken om tegemoetkoming in de kosten die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling.