Sla inhoud over

Jurisprudentie

Beklagcommissie

26 februari 2018, KC 2018/002
Klager beklaagt zich erover dat hij in afzondering is geplaatst na het weigeren van een MPC.  Klager weigerde bij binnenkomst plaats te nemen op een MPC. Omdat hem een disciplinaire straf boven het hoofd hing is hij toch akkoord gegaan met plaatsing op een MPC. Dit bleek niet te werken. Klager heeft zijn spullen gepakt en werd in de isoleercel geplaatst. In plaats van een disciplinaire straf was hem een ordemaatregel opgelegd. Deze maatregel werd na 14 dagen verlengd. Op de 15e dag werd zijn deur open gezet omdat men tot de ontdekking kwam dat klager op de extra zorg afdeling en dus op een EPC beter functioneerde.  In lijn met eerdere uitspraken van de RSJ is de klacht gegrond verklaard. Klager is onder een verkeerde titel in afzondering geplaatst. De RSJ heeft bepaald dat daar waar een disciplinaire straf tegen open staat, deze ook moet worden opgelegd, tenzij voldoende gemotiveerd wordt aangegeven waarom daar in het specifieke geval van dient te worden afgeweken. Dat was in casu niet het geval. Daar afzondering wel mogelijk was maar voor de verkeerde grondslag gekozen is, is aan klager een bedrag van € 80,00 toegewezen in plaats van € 10,00 per dag.

19 juni 2017, KC 2017/029
Klager heeft zich erover beklaagd dat het sinds 1 maart 2017 niet langer is toegestaan om twee televisies, gehuurd dan wel eigen bezit, te hebben op een meerpersoonscel. De directeur stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een algemeen geldende regel waarover niet kan worden geklaagd. De beklagrechter is echter van oordeel dat het desbetreffende beleid in strijd is met de van toepassing zijnde regelgeving en het eigen beleid van DJI. Klager kan worden ontvangen in zijn beklag en de klacht is gegrond. Inmiddels heeft de directeur het beleid terug gedraaid en zijn er weer twee televisies toegestaan. Voor het ondervonden ongemak wordt aan klager een tegemoetkoming van € 15,- toegekend.

25 januari 2016, KC 2016/043
De beklagcommissie stelt vast dat de directeur klaagster na een periode van dubbelplaatsing in een enkele cel heeft geplaatst. Klaagster beklaagt zich over deze plaatsing omdat zij bang is alleen op cel. De directeur heeft voorafgaand aan dit besluit gezocht naar een passende celgenoot, maar deze is niet gevonden. De beklagcommissie stelt ook vast dat de psycholoog een enkelcelplaatsing met nachtcontrole passend vond. De beklagcommissie constateert dat de wetgever de directeur voor wat betreft het onderbrengen van gedetineerden een ruime bevoegdheid heeft toegekend. Nu in overeenstemming met de wet is gehandeld en geen contra-indicatie was afgegeven aangaande de plaatsing van klaagster in een eenpersoonscel, is de beklagcommissie van oordeel dat de directeur tot enkelplaatsing kon besluiten. Klacht ongegrond.

Klaagster is in beroep gegaan en dat beroep is ongegrond verklaard met verbetering van gronden.

20 juni 2014, KC 2014/036
Klager beklaagt zich over het ontbreken van een tweede stoel in een meerpersoonscel. Hij heeft een aantal keer een verzoek ingediend voor een tweede stoel. Hij heeft deze pas na 7 weken gekregen. De directeur geeft aan dat op de celinventarisatielijst slechts een stoel op een meerpersoonscel aanwezig hoeft te zijn. De beklagrechter is van oordeel dat artikel 10 lid 2 van de Regeling 'eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen' leidend is. In dit artikel is duidelijk vastgelegd dat in een meerpersoonscel ten minste twee stoelen aanwezig dienen te zijn. Klacht gegrond. Voor het ongemak wordt aan klager een financiële tegemoetkoming toegekend van €17,50.

2 oktober 2013, KC 2013/103
Klager heeft een disciplinaire straf van opsluiting in een strafcel voor de duur van 14 dagen opgelegd gekregen omdat hij een plaatsing in een meerpersoonscel (MPC) weigerde. Klager heeft bewust de plaatsing in de hem toegewezen cel met de betreffende gedetineerde geweigerd. De beklagrechter stelt vast dat klager als roker geregistreerd staat bij de PI […]. Klager heeft in totaal 1,5 dag in een strafcel gezeten omdat hij daarna heeft meegewerkt aan plaatsing in een MPC. Volgens vaste jurisprudentie van de beroepscommissie levert de weigering om plaats te nemen in een aan een gedetineerde toegewezen cel strafwaardig gedrag op. Hierdoor kon terecht een disciplinaire straf aan klager worden opgelegd. De beklagrechter is van oordeel dat het opleggen van de maximale straf die de Pbw kent voor de eerste maal weigeren van een opdracht van personeel onredelijk en onbillijk is. De beklagrechter is echter in dit geval dat nu de aan klager opgelegde disciplinaire straf al na 1,5 dag is beëindigd, er geen reden is om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen. Klacht wordt ongegrond verklaard.

Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing. Dit beroep is ongegrond verklaard.

27 februari 2012, KC 2012/080
Klager beklaagt zich over een aan hem opgelegde disciplinaire straf wegens het aantreffen van contrabande in een meerpersoonscel. Klager stelt niets van de kapotte televisie te weten. De celgenoot heeft toegegeven dat de tv van hem was en was bereid te betalen. Toch kregen ze allebei rapport. Volgens de directie is de celgenoot daar later op teruggekomen. De beklagcommissie oordeelt dat er een mogelijkheid aanwezig is dat klager geen kennis heeft gehad van de aanwezigheid van de tv omdat er met klagers celgenoot een regeling zou worden getroffen om de schade aan de tv te vergoeden. De directeur kon derhalve naar het oordeel van de beklagcommissie niet in redelijkheid kon beslissen klager genoemde straf op te leggen. Het beklag wordt gegrond verklaard en aan klager wordt een tegemoetkoming toegekend ter hoogte van € 37,50.

20 april 2011, KC 2012/032
Klager is het niet eens met de beslissing van de directeur om aan hem een disciplinaire straf op te leggen voor het vinden van contrabande op zijn cel. Klager stelt dat de telefoon door zijn voormalig celgenoot is binnengesmokkeld. Hij heeft er alleen gebruik van gemaakt. De directie heeft aangevoerd dat gedetineerden zelf verantwoordelijk zijn voor spullen die in hun cel aanwezig zijn en dat klager is bestraft voor het in bezit hebben van contrabande. De beklagcommissie acht klager terecht bestraft nu hij erkent dat de telefoon en de oplader in zijn cel zijn aangetroffen en hij bovendien gebruik heeft gemaakt van de telefoon. De beklagcommissie verklaart het beklag ongegrond.

Beroepscommissie

RSJ 5 februari 2018, 17/2639/GA
Klager heeft een meerpersoonscel geweigerd. Hierop is een disciplinaire straf gevolgd van 14 dagen op eigen cel. Na 10 dagen is klager gezien door de psycholoog. Deze heeft geadviseerd klager op de extra-zorgafdeling te plaatsen zodra daar plek is. Vier dagen na dit bezoek heeft klager opnieuw geweigerd plaats te nemen op een meerpersoonscel. De directie heeft toen wederom een disciplinaire straf opgelegd van 14 dagen eigen cel.
Naar het oordeel van de beroepscommissie heeft de directeur in redelijkheid voornoemde weigeringen als twee verschillende feiten kunnen aanmerken. Dit betekent dat per feit een straf van opsluiting in een (straf)cel voor ten hoogste 14 dagen kan worden opgelegd. De beroepscommissie verklaart heb beroep van de directie gegrond.

RSJ 10 augustus 2016, 16/2742/SGA
Nu in verzoekers verblijfsruimte, een meerpersoonscel, contrabande is aangetroffen en verzoeker en zijn celgenoot beiden ontkennen daarvan weet te hebben gehad, mocht de directeur - feiten of omstandigheden die verzoekers onbekendheid met die aanwezigheid aannemelijk maken zijn er niet - beide gedetineerden gelijkelijk straffen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

RSJ 12 juli 2016, 16/1050/GA
Klager ontvankelijk in beklag tegen beslissingen oplegging disciplinaire straf. Niet gebleken dat bij voorgaande p.i. of anderszins is nagegaan of inderdaad sprake was van contra-indicatie voor plaatsing op meerpersoonscel. Beklag gegrond, tegemoetkoming € 160,= hoger dan gebruikelijk omdat klager zonder nader onderzoek nadien nog langere tijd op meerpersoonscel moest verblijven.

RSJ 12 mei 2016, 16/0237/GA
Ordemaatregel na herhaalde weigering mee te werken aan plaatsing op meerpersoonscel. Directeur heeft kunnen afgaan op oordeel medische dienst en PMO dat klager niet ongeschikt is voor plaatsing op meerpersoonscel. Directeur heeft individuele afweging gemaakt. Beroep directeur gegrond.

RSJ 23 mei 2016, 16/0280/GA
Beklag gericht tegen overplaatsing van een meerpersoonscel naar een eenpersoons verblijfsruimte. Uitgangspunt is dat een gedetineerde wordt ondergebracht in een eenpersoons verblijfsruimte. Beslissing om klaagster in een eenpersoons verblijfsruimte te plaatsen niet onredelijk of onbillijk. Beroep ongegrond.

RSJ 18 februari 2016, 16/0495/SGA
Verzoeker bij intake aangegeven dat de psycholoog van eerdere inrichting een contra-indicatie had afgegeven. Dit werd bevestigd in D&R plan. Psycholoog huidige p.i. indiceerde geen contra-indicatie op psychische gronden en kon ook geen contra-indicatie terugvinden in rapportage vorige psycholoog. Gelet op voorgaande niet aannemelijk geworden dat er contra-indicaties bestaan voor plaatsing in een meerpersoonscel. Afwijzing schorsingsverzoek.

RSJ 15 januari 2016, 15/3299/GA
Klager heeft zich tot het personeel gewend en heeft aangegeven dat hij vreesde dat de situatie met zijn celgenoot uit de hand zou lopen. Niet gebleken dat directeur naar aanleiding hiervan actie heeft ondernomen. Directeur is tekort geschoten in zijn zorgplicht. Beroep directeur ongegrond.

RSJ 22 september 2015, 15/1677/GA
Het aspect van een culturele en etnische achtergrond is geen contra-indicatie voor plaatsing in een meerpersoonscel. Door klager zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan hij ongeschikt zou zijn voor plaatsing in een meerpersoonscel. Van de mogelijkheid zelf een celgenoot te kiezen, heeft hij kennelijk geen gebruik gemaakt. Klager alsnog ontvankelijk in beklag, maar beklag ongegrond.

RSJ 8 mei 2015, 14/4707/GA
Uit de inlichtingen van de directeur wordt aannemelijk dat de directeur zelf de strafwaardige gedraging, weigering om mee te werken aan plaatsing in een meerpersoonscel, heeft waargenomen. Gelet daarop is verslaglegging niet vereist. De mededeling omtrent het opmaken van een verslag berust op een kennelijke verschrijving.

RSJ 18 mei 2015, 15/0215/GA
Het niet geven van een contra-indicatie voor plaatsing in een meerpersoonscel, is geen door of namens de directeur jegens klager genomen beslissing als bedoeld in art. 60, eerste lid, van de Pbw. Klager alsnog niet-ontvankelijk in beklag.

RSJ 19 februari 2015, 14/3941/GA
In beginsel beide gedetineerden verantwoordelijk voor vondst van niet toegestane voorwerpen op meerpersoonscel. Verklaring van klagers celgenoot dat tv van hem was, gelet ook op hetgeen door directeur is aangevoerd, ongeloofwaardig. Disciplinaire straf niet onredelijk/onbillijk. Beroep directeur gegrond.

RSJ 2 december 2014, 14/2822/GA
De directeur heeft een zorgplicht ten aanzien van de gezondheid van de gedetineerde. Door hem - in weerwil van zijn klachten - langere tijd in een meerpersoonscel te plaatsen met een zwaar snurkende medegedetineerde is de directeur, nu pas werd ingegrepen na een met klagers slaapgebrek verband houdende ziekenhuisopname, tekort geschoten in zijn zorgplicht. Het beroep en beklag zijn daarom gegrond. Tegemoetkoming € 60,=.

RSJ 4 november 2014, 14/2329/GA
Directeur kon in redelijkheid beslissen na ommekomst van de eerdere disciplinaire straf, ter zake van het opnieuw niet voldoen aan de herhaalde opdracht naar een meerpersoonscel te gaan wederom een disciplinaire straf op te leggen. Dat klager wegens zijn psychische gesteldheid niet geschikt zou zijn voor een verblijf in een meerpersoonscel is door en namens klager niet met medische gegevens of anderszins onderbouwd. Beroep ongegrond.

RSJ 20 oktober 2014, 14/3840/SGA
Directeur heeft een zorgplicht ten aanzien van de gezondheid van gedetineerden. Door het plaatsen van een niet-rokende gedetineerde in één cel met een rokende gedetineerde, wordt die zorgplicht geschonden. Omstandigheid dat verzoeker eerder mogelijk heeft ingestemd met plaatsing in een cel met een roker, doet daaraan niet af nu verzoeker nu duidelijk heeft aangegeven niet met een roker in een cel te willen worden geplaatst. Toewijzing schorsingsverzoek.

RSJ 12 juni 2014, 14/0820/GA
Verantwoordelijkheid voor contrabande op meerpersoonscel niet zonder meer bij beide gedetineerden. Afhankelijk van omstandigheden van het geval. Klager had wetenschap van de voorwerpen en heeft niets ondernomen daartegen, daarmee verantwoordelijk geworden. Beroep klager ongegrond.

RSJ 08 januari 2014, 13/3553/GA
Omdat klager weigert plaats te nemen in meerpersoonscel zijn zowel ordemaatregelen als disciplinaire straffen opgelegd. Door niet naleven van huisregels en zonder nadere toelichting variëren tussen straf en maatregel is in ernstige mate tekort gedaan aan rechtspositie klager. Beroep van klager gegrond en toekenning tegemoetkoming van 120 euro.

RSJ 09 september 2013, 13/2169/GA
De plaatsing in een meerpersoonscel (MPC) is een voor beklag vatbare beslissing. De toezegging van een inrichtingsmedewerker dat een gedetineerde niet in een MPC zal worden geplaatst levert geen gerechtvaardigd vertrouwen op. Een inrichtingsmedewerker is niet bevoegd toezeggingen te doen omtrent de plaatsing van gedetineerden.

RSJ 31 mei 2012, 12/0422/GA
Bij controle door een extern bedrijf is gebleken dat de ventilatie op de meerpersoonscel waar klager verbleef zeer gebrekkig was. De beroepscommissie is van oordeel dat niet voldoende voortvarend is gehandeld, nu het een maand heeft geduurd voordat de slechte ventilatie in klagers cel werd gemeld en verholpen. Beroep gegrond en tegemoetkoming € 50,=.

RSJ 19 april 2012, 11/3344/GA
Beklag over plaatsing in meerpersoonscel is beklagwaardig. Beslissing om gedetineerden op een meerpersoonscel samen te plaatsen dient zorgvuldig te geschieden. Dit geldt bij iedere nieuwe plaatsing. In casu staat vast dat één celgenoot niet in het MDO is besproken. Dit is onvoldoende zorgvuldig. Beklag daarom alsnog gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.

RSJ 31 januari 2012,11/3061/GA
Samenplaatsing met gedetineerde van voorkeur was pas mogelijk na vier a vijf weken. Geen onredelijke wachttermijn. Beroep directeur gegrond. Beklag alsnog ongegrond.

RSJ 28 april 2006, 06/525/GA
Klager is als zeer lang gestrafte in meerpersoonscel geplaatst. Nu contra-indicaties onvoldoende aannemelijk zijn geworden, beroep ongegrond. Overweging ten overvloede over plaatsing van zeer lang gestraften in meerpersoonscel met aanzienlijk korter gestraften.