Sla inhoud over

Jurisprudentie GVM-lijst


Jurisprudentie beklagcommissie

9 januari 2015, KC 2015/003
Door het Operationeel Overleg worden gedetineerden, na een afgewogen besluitvorming, op de GVM-lijst geplaatst. Vervolgens vindt er een halfjaarlijkse toetsing plaats door het Operationeel Overleg. De directeur is op basis van de huidige wetgeving bij uitsluiting bevoegd tot het opleggen van maatregelen naar aanleiding van de plaatsing op de GVM-lijst. Ten aanzien van de genomen maatregelen dient de vestigingsdirecteur, gelet op de jurisprudentie van de Raad voor de Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, minimaal maandelijks een eigen belangenafweging te maken die dient te worden onderbouwd met schriftelijke verslaglegging en dient te worden getoetst op basis van voldoende inzichtelijke criteria. Het door de directeur overgelegde verslag van het horen van klager voldoet naar het oordeel van de beklagcommissie niet aan deze vereisten.

21 januari 2015, KC 2015/002

Deze plaatsing van klager op de GVM-lijst is geen beslissing van de directeur maar van het Operationeel Overleg. De oplegging van de extra toezichtmaatregelen valt echter wel onder de bevoegdheid van de directeur en is daarmee beklagwaardig. De beklagcommissie oordeelt dat de directeur een goede afweging gemaakt en (afzonderlijk) gemotiveerd waarom deze maatregelen zijn opgelegd en waarom die noodzakelijk zijn. De beklagcommissie zal de klacht voor wat betreft dit onderdeel dan ook ongegrond verklaren.

4 oktober 2013, KC 2013/090

Klager klaagt over twee aan hem opgelegde ordemaatregelen van verblijf in een afzonderingscel voor de duur van 14 dagen van 31 mei en 12 juni 2013. De ordemaatregelen zijn ten uitvoer gelegd in andere inrichting. De eerste ordemaatregel is opgelegd omdat de directie vanuit het GRIP informatie kreeg dat klager vluchtgevaarlijk zou zijn. Op 12 juni 2013 is opnieuw een ordemaatregel opgelegd omdat de directie aanvullende informatie over de mate van vluchtgevaarlijkheid van klager had gekregen, op basis waarvan klager op de GVM-lijst is geplaatst met de status ‘extreem vluchtgevaarlijk’. De directie heeft aangegeven dat zij bij het opleggen van de maatregelen rekening heeft gehouden met de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting en het maatschappelijk belang van de algemene veiligheid heeft laten prevaleren boven het individuele belang van klager. De beklagcommissie is van oordeel dat niet gebleken is van een individuele afweging door de directeur. Die wordt wel van belang geacht. Klachten worden gegrond verklaard, tegemoetkoming €95,=.

10 september 2013, KC 2013/095
Voor het beoordelen van toezichtmaatregelen is de directeur voor een deel afhankelijk van informatie die door het GRIP beschikbaar wordt gesteld, ten aanzien van een plaatsing op de GVM-lijst. De directeur dient daarbij een eigen belangenafweging te maken. De beklagcommissie is van oordeel dat uit de door klager bestreden informatie van het GRIP waarvan de betrouwbaarheid niet vaststaat en onvoldoende viel af te leiden dat maatregelen noodzakelijk waren.

7 mei 2012, KC 2012/096
Klager beklaagt zich over de, in het kader van zijn plaatsing op de lijst GVM, aan hem opgelegde maatregelen en de verlengingen daarvan. De beklagcommissie is van oordeel dat niet is gebleken dat de directeur een eigen belangenafweging, onderbouwd met schriftelijke verslaglegging en getoetst op basis van ook voor de gedetineerde voldoende inzichtelijke criteria, heeft gemaakt. De betreffende belangenafweging is in ieder geval niet inzichtelijk geworden. De beklagcommissie verklaart de klachten gegrond en kent aan klager een tegemoetkoming toe ter hoogte van € 250,=.

Jurisprudentie beroepscommissie
RSJ 18 maart 2019, R-179
De opgelegde toezichtmaatregelen in het kader van een aan klager opgelegde GVM-maatregel zijn met terugwerkende kracht opgelegd. Hiermee is geen sprake van een mededeling die van tevoren is gedaan, als vereist in artikel 36, derde lid, Pbw en artikel 38, vijfde lid, Pbw. Beroep gegrond. Geen tegemoetkoming, nu de beslissing niet onredelijk of onbillijk is.

RSJ 31 januari 2019, S-19/1052/SGA
Oplegging GVM toezichtmaatregelen. Van belang is dat de directeur een eigen belangenafweging maakt alvorens te beslissen tot oplegging van die toezichtmaatregelen. Daarvoor is het horen van de betreffende gedetineerde een wezenlijke voorwaarde. Uit de mededeling van de bestreden beslissing noch uit de inlichtingen van de directeur wordt aannemelijk dat verzoeker is gehoord. De voorbereiding van de bestreden beslissing is onvoldoende zorgvuldig geweest. Toewijzing schorsingsverzoek.

RSJ 5 februari 2018, 17/2444/GA
Beslissing tot verlenging van toezichtmaatregelen 'vervoer BOT/EBV' en 'bij spoedtransport begeleid door politie' is op dezelfde wijze onderbouwd als voorgaande verlengingsbeslissingen en ook in dit geval hebben zich geen nieuwe feiten en omstandigheden voorgedaan. Gelet hierop is onvoldoende onderbouwd waarom noodzaak tot voortzetting van de maatregelen nog steeds aanwezig was. Beroep gegrond, tegemoetkoming € 17,50.

RSJ 8 januari 2018, 17/2022/GA
Directeur kon in redelijkheid de toezichtmaatregelen individueel bezoek met toezicht + opnemen, afluisteren en vertalen van gesprekken met bezoek en (indien nodig) zenden aan het GRIP opleggen. Klager verbleef korte tijd in een reguliere gevangenis en de bestreden beslissing geeft blijk van inzichtelijke belangenafweging, te meer nu niet alle op grond van de circulaire mogelijke toezichtmaatregelen zijn opgelegd. Beroep directeur gegrond, beklag alsnog ongegrond.

RSJ 10 november 2017, 17/1442/GA
Directeur heeft onvoldoende onderbouwd waarom de voortduring van de toezichtmaatregelen noodzakelijk was. Van nieuwe informatie is niet gebleken. Naarmate toezichtmaatregelen langer duren, gaan bij de belangenafweging klagers belangen zwaarder wegen en dient de noodzaak voldoende te worden onderbouwd. Nu dit niet is gebeurd, is het beroep gegrond. Tegemoetkoming €17,50.

RSJ 24 mei 2017, 17/1667/SGA
Uit de inlichtingen van de directeur wordt de noodzaak van de oplegging van deze toezichtmaatregelen onvoldoende aannemelijk. Dat geldt temeer nu verzoekers status is afgeschaald van "extreem" naar "hoog". Ook blijkt onvoldoende van een kenbare belangenafweging van de directeur. Het schorsingsverzoek zal daarom worden toegewezen.

RSJ 12 december 2016, 16/3045/GA
Klager heeft een verhoogd risicoprofiel op grond van vluchtgevaar en liquidatiegevaar. Gelet op eerdere incidenten met klager buiten de p.i. en het gegeven dat hij nog niet zo lang in de inrichting verbleef, kon de directeur in redelijkheid toezichtmaatregelen opleggen. Beroep van klager ongegrond.

RSJ 21 oktober 2016, 16/2550/GA
Notulen van het GVM-overleg kunnen niet dienen als beslissing van de directeur. Daarvoor voldoen die notulen niet aan de aan een dergelijke beslissing te stellen criteria. Beroep in zoverre gegrond. Melding bij Meld Misdaad Anoniem van klager zelf afkomstig. Daarnaast waren er meer redenen voor de conclusie dat klager als vluchtgevaarlijk moest worden aangemerkt. Beroep in zoverre ongegrond.

RSJ 20 oktober 2016, 16/3545/SGA
Uit de mededeling van de beslissing van de directeur blijkt niet dat verzoeker voorafgaande aan de oplegging van de GVM maatregelen is gehoord terwijl ook niet blijkt van een eigen kenbare belangenafweging van de directeur. De beslissing is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en mitsdien onredelijk en onbillijk. Of is voldaan aan het noodzaaksvereiste en de eis van de vereiste maandelijkse toetsing kan onbesproken blijven. Toewijzing schorsingsverzoek.

RSJ 1 september 2016, 16/1456/GA
De GRIP-informatie was ten tijde van de bestreden beslissingen voldoende actueel, betrouwbaar en concreet. Directeur kon op grond van de GRIP-informatie in redelijkheid beslissen tot oplegging van toezichtmaatregelen. Beroep klager ongegrond.

RSJ 4 december 2015, 15/4033/SGA
Na een eerdere toewijzing van een schorsingsverzoek heeft de directeur nogmaals GVM-maatregelen opgelegd. Blijkens de mededeling van die beslissing heeft de directeur een kenbare belangenafweging gemaakt en kon de directeur die beslissing, op grond van die belangenafweging, in redelijkheid ook nemen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

RSJ 20 augustus 2015, 15/2725/SGA
Verlenging van toezichtmaatregelen i.v.m. klagers plaatsing op de GVM-lijst. Notulen van GVM overleg binnen de p.i. zijn blijkbaar als schriftelijke beslissing aan klager uitgereikt. Hierin is niet opgenomen wat er bij het horen is aangevoerd en evenmin blijkt van een belangenafweging. Beslissing voldoet niet aan de eisen. Directeur moet zelf een beslissing nemen, een eigen belangenafweging maken en deze uitreiken aan verzoeker. Ook dient de mogelijkheid van beklag en schorsing te worden opgenomen. Toewijzing schorsingsverzoek.

RSJ 7 december 2015, 15/2880/GA
Klager klaagt in het bijzonder over opgelegde toezichtmaatregelen m.b.t. bezoek en individueel luchten. Gelet op GRIP informatie en eigen belangenafweging directeur beslissing niet onredelijk of onbillijk. Situatie van individueel luchten begint na 7 maanden op gespannen voet te staan met artikel 2, lid 4, Pbw en artikel 3 EVRM. Directeur dient bij volgende beslissing alternatieven te overwegen. Beroep ongegrond. 

RSJ 10 december 2014, 14/3339/GA

Plaatsing op de GVM-lijst is geen beslissing van de directeur als bedoeld in artikel 60 van de Pbw, klager alsnog niet-ontvankelijk in beklag. Enkele verwijzing naar klagers plaats op GVM-lijst is onvoldoende voor oplegging toezichtmaatregelen en belangenafweging directeur moet inzichtelijk zijn en onderbouwd met schriftelijke verslaglegging. Klager niet gehoord. Beroep gegrond en tegemoetkoming € 50,=. Gezien klagers omvangrijke justitiële documentatie sprake van hoog recidiverisico. Afwijzing verlof niet onredelijk, beroep ongegrond.

RSJ 2 mei 2014, 14/1438/SGA
Bij oplegging toezichtmaatregelen i.v.m. plaatsing op lijst GVM geldt: er moet noodzaak zijn tot oplegging van toezichtmaatregelen, directeur dient gedetineerde te horen voorafgaand aan beslissing, directeur dient eigen belangenafweging te maken en maandelijkse toets m.b.t. noodzaak van voortduring maatregelen. Directeur heeft bij beslissing hieraan voldaan, maandelijkse toets nog niet aan de orde. Afwijzing schorsingsverzoek.

RSJ 22 augustus 2013, 13/2695/SGA
Uitsluiting van deelname aan activiteiten voor de duur van zes maanden i.v.m. plaatsing op lijst GVM kan als ordemaatregel slechts voor de duur van 14 dagen. In zoverre toewijzing van schorsingsverzoek. M.b.t. toezichtmaatregelen, wordt het verzoek afgewezen. Verzoeker is gehoord en er is een (minimale) belangenafweging van directeur.

RSJ 5 april 2013, 12/4020/GA
Inlichtingen op basis waarvan toezichtmaatregelen i.v.m. plaatsing op GVM-lijst zijn opgelegd waren ten tijde van de beslissing meer dan elf maanden oud. Gelet hierop was onderzoek door directeur geboden. Niet gebleken van noodzaak voor maatregelen want opgelegd na geruime periode van verblijf in de inrichting. Beslissing onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond, beklag alsnog gegrond en tegemoetkoming van €50,=.

RSJ 2 januari 2013, 12/1794/GA 
Ontvankelijk beklag betreffende door de directeur (in het kader van klagers plaatsing op de GVM-lijst) opgelegde toezichtmaatregelen. Klager is niet gehoord alvorens de bestreden toezichtmaatregelen zijn opgelegd en dat is noodzakelijk voor het maken van een eigen belangenafweging. Beroep en beklag daarom in zoverre gegrond. Tegemoetkoming € 50,=.

RSJ 27 juni 2012, 12/1952/SGA
Beslissing om gedetineerde op de GVM-lijst te plaatsen is geen beslissing van de directeur van de inrichting, maar van het Operationeel Overleg. Verzoeker kan daarom niet worden ontvangen in het schorsingsverzoek.

Jurisprudentie voorzieningenrechter
ECLI:NL:RBDHA:2018:5403
Eiser heeft vanaf zijn insluiting in mei 2014 in zeven verschillende penitentiaire inrichtingen verbleven in verband met zijn eigen veiligheid. Eiser is in januari 2015 op de GVM-lijst geplaatst omdat het Operationeel Overleg het aannemelijk achtte dat er sprake was van liquidatiedreiging richting eiser. In juli 2016 is eisers GVM-status wegens gebrek aan concrete informatie afgeschaald naar normaal. Vervolgens is eisers GVM-status in september 2016 weer verhoogd omdat er meldingen waren ingekomen dat eiser met de dood zou zijn bedreigd door een medegedetineerde en er in de PI een steekwapen werd aangetroffen dat vermoedelijk bestemd was om eiser iets mee aan te doen. Ook was sprake van mediagevoeligheid vanwege een interview van eiser in de Volkskrant. Een jaar later, in september 2017, is eiser opnieuw overgeplaatst omdat het gerucht ging dat er een prijs op zijn hoofd was gezet. Het risicoprofiel ‘verhoogd’ is daarom gecontinueerd. In april 2018 is in het Operationeel Overleg besloten de status te handhaven vanwege de rode draad van concrete voortdurende dreiging zowel in als buiten detentie. Daarbij weegt het zwaar dat het hier gaat om een crimineel netwerk waaruit de dreiging richting eiser voortkomt. Eiser vordert verwijdering van de GVM-lijst binnen 24 uur. Eiser is van mening dat de plaatsing op de GVM-lijst is gebaseerd op de mogelijkheid van wraakacties tegen eiser, hetgeen volgens eiser onrechtmatig is. Eiser wenst van de lijst te worden gehaald omdat hij hierdoor niet in aanmerking komt voor detentiefasering en algemeen verlof. De vordering van eiser wordt afgewezen omdat het gevaar van wraakacties tegen eiser wel een grond kan zijn voor plaatsing op een GVM-lijst. Immers, een dergelijke dreiging en gevaar levert een maatschappelijk risico op. Overigens vermeldt de notitie die als bijlage is toegevoegd aan de circulaire, ook expliciet liquidatiegevaar als relevant criterium. 

ECLI:NL:RBDHA:2017:8014

Eiser was vanaf mei 2010 eerst in België gedetineerd en vanaf eind 2011 in Duitsland. In 2014 is eiser in Duitsland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar. In september 2016 is eiser overgebracht naar Nederland. Uit het bericht dat de Duitse officier van justitie aan de Nederlandse autoriteiten schreef, bleek dat er tijdens het proces in Duitsland indicaties waren dat eiser met geweld bevrijd zou worden. Daarnaast bleek dat eiser ook in België geprobeerd heeft te vluchten bij zijn aanhouding en tijdens detentie met behulp van buitenaf en mogelijk met helikopter. Eiser is een week na binnenkomst in Nederland op de GVM-lijst geplaatst op basis van bovenstaande informatie. Eiser vordert verwijdering binnen 24 uur na het wijzen van het vonnis van de GVM-lijst. Eiser is van mening dat hij niet op de GVM-lijst had kunnen worden geplaatst nu, volgens hem, de informatie waarop de plaatsing gebaseerd is onjuist is. Hij zou geen ontsnappingspogingen hebben willen doen, waardoor er geen vluchtgevaar bestaat. Ook zou er geen verhoogd vluchtgevaar bestaan omdat het strafrestant relatief klein is. Nu eiser op de GVM-lijst staat komt hij niet in aanmerking voor vrijheden en fasering. De vordering van eiser wordt afgewezen omdat de beslissing gebaseerd is op de meest recente informatie die voorhanden was en deze informatie afkomstig was van de autoriteiten die betrokken waren bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf. Wel is de rechtbank van mening dat plaatsing op de GVM-lijst op basis van eerdergenoemde informatie niet gerechtvaardigd kan blijven.

ECLI:NL:RBDHA:2015:15920

Eiser vordert verwijdering van de GVM-lijst binnen 24 uur en hiervan melding te maken aan de directeur van de PI waar hij verblijft. In de cel van eiser zijn een dongel, een simkaart en een laptop aangetroffen. Deze zijn aangetroffen bij een cel inspectie naar aanleiding van een MMA-melding. Eiser stelt onterecht op de GVM-lijst te zijn geplaatst daar volgens hem niet de conclusie kan worden getrokken dat hij zich schuldig maakt aan voortgezet crimineel handelen in detentie. Hij zou de MMA-melding zelf geënsceneerd hebben en de laptop, dongel en simkaart zouden hem geen toegang tot internet hebben verschaft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat eiser zich schuldig maakt aan voortgezet crimineel handelen in detentie, dan wel dat concrete aanwijzingen bestaan dat hij zich daaraan schuldig zal maken. Dit levert een maatschappelijk risico op waardoor de plaatsing van eiser op de GVM-lijst wordt gerechtvaardigd. De vordering van eiser is afgewezen.

Jurisprudentie civiele rechter
ECLI:RBDHA:2016:1781
Eiser is veroordeeld tot een onherroepelijke levenslange gevangenisstraf. Hij is geplaatst in de extra beveiligde inrichting (hierna: EBI) in Vught. Na een half jaar heeft de selectiefunctionaris beslist tot verlenging van de plaatsing in de EBI. Eiser is hiertegen in hoger beroep gegaan bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: RSJ) en die heeft het beroep gegrond verklaard. Eiser is overgeplaatst naar de P.I. Zoetermeer. In Zoetermeer is hij op de GVM-lijst geplaatst. Eiser wil een schadevergoeding voor de periode dat hij onterecht in de EBI heeft gezeten en in zijn ogen dus ook beperkt is in zijn vrijheden. De rechter maakt een vergelijking met de beperkingen die voor eiser gelden door de plaatsing op de GVM-lijst. In deze zaak staat de plaatsing op de GVM-lijst niet ter discussie waardoor duidelijk is dat, ook als de termijn in de EBI niet verlengd zou zijn, eiser in Zoetermeer toch op de GVM-lijst geplaatst zou worden en dus beperkt in zijn vrijheden. De rechter stelt vast dat de beperkingen die voor eiser golden in de EBI nagenoeg overeenkomen met de beperkingen die voor hem gelden nu hij op de GVM-lijst is geplaatst. De rechter is dan ook van oordeel dat er geen ernstige inbreuk is gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer waardoor hij niet in aanmerking komt voor een immateriële schadevergoeding.