KC 2010/045

De klacht is gericht tegen het nieuwe dagprogramma. De directie geeft aan dat het nieuwe dagprogramma een landelijk beleid en opdracht van de sectordirectie gevangeniswezen is. De beklagcommissie is van oordeel dat er sprake is van landelijk beleid en geen door of namens de directeur genomen beslissing. Beklag niet-ontvankelijk.

DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE PENITENTIAIRE INRICHTINGEN [...], VESTIGING [...]

Beslissing van de beklagcommissie uit de commissie van toezicht bij de PI [...], vestiging [...], inzake het klaagschrift van:

Klaagster, verder te noemen klaagster.

De beklagcommissie heeft kennis genomen van het klaagschrift, gedateerd 7 april 2010, van klaagster.

Het beklag is gericht tegen de wijziging van het dagprogramma.

De directeur heeft schriftelijk op de klacht gereageerd. Klaagster heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.

Het standpunt van klaagster
De klacht is gericht tegen het nieuwe dagprogramma. Klaagster beschrijft dat er van maandag tot en met vrijdag zowel een tekort aan recreatie-uren als een tekort aan tijd voor celreiniging is. Voorts maakt klaagster zich zorgen om de veiligheid in de inrichting in verband met een tekort aan medewerkers op de afdeling.

Het standpunt van de directeur
De directeur geeft aan dat de inrichting van de sectordirectie gevangeniswezen de opdracht heeft gekregen een nieuw dagprogramma op te stellen. Daarbij diende als uitgangspunt te worden genomen dat het wettelijk minimum ook het maximum was. Het nieuwe dagprogramma is op 6 april 2010 ingevoerd en voldoet aan alle wettelijke eisen. Alle activiteiten waar gedetineerden volgens de wet recht op hebben zijn in het dagprogramma verwerkt.
Met betrekking tot de recreatietijd merkt de directeur op dat aan hem is opgedragen om twee blokken van twee uur recreatietijd weg te zetten in het weekend. Voor het Huis van Bewaring blijft daardoor nog 2 uur recreatietijd op doordeweekse dagen over. Voor de gevangenis resteert vijf uur recreatietijd op doordeweekse dagen.
Ten aanzien van het reinigen van de cel geeft de directeur aan dat er voor deze activiteit geen tijd in de wet is voorgeschreven. Voor het Huis van Bewaring is in het dagprogramma per week maximaal drieënhalf uur weggezet voor persoonlijke verzorging. Hierbinnen bestaat ongeveer eenmaal in de week de mogelijkheid om de cel te reinigen. Dit wordt op afdelingsniveau geregeld. Celreiniging impliceert overigens niet dat dan ook de celdeur geopend is.
Met betrekking tot de veiligheid merkt de directeur op dat door DJI een norm wordt gehanteerd van twee PIW-ers op 24 gedetineerden. Hiermee wordt de veiligheid gewaarborgd. In geval van een persoonlijke calamiteit is te allen tijde personeel beschikbaar om in te grijpen.

Beoordeling
Artikel 60 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) biedt de gedetineerde de mogelijkheid om beklag in te dienen tegen een haar betreffende door of namens de directeur genomen beslissing.

De voorzitter van de beklagcommissie stelt vast dat de directeur met de wijziging van het dagprogramma zich heeft geconformeerd aan een landelijke regeling, waarbij alle activiteiten conform het wettelijk minimum dienden te worden aangeboden.

De voorzitter van de beklagcommissie overweegt dat het klaagschrift niet is gericht tegen een beslissing van de directeur die ten aanzien van klaagster persoonlijk is genomen.

De voorzitter van de beklagcommissie is derhalve van oordeel dat klaagster haar beklag niet heeft gegrond op artikel 60 Pbw, zodat haar beklag kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Op grond van artikel 64 lid 1 Pbw zal geen mondelinge behandeling plaatsvinden.

BESLISSING
De voorzitter van de beklagcommissie verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beklag.

Aldus gegeven door de voorzitter van de beklagcommissie, mr. [...], bijgestaan door [...], secretaris, op 1 juni 2010.