KC 2010/044
De klacht is gericht tegen het missen van het bibliotheek- en het sportmoment op 5 april, Tweede Paasdag. Voor deze gemiste activiteiten is aan klager geen vervanging aangeboden. De directeur geeft aan dat de speciale functionarissen, die benoemd zijn voor de bibliotheek en de sport niet op feestdagen werkzaam zijn. De beklagcommissie stelt klager in het gelijk en kent per gemiste activiteit € 5,- compensatie toe.
DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ P.I. [...] LOCATIE [...]
De beklagcommissie heeft kennis genomen van het op 13 april 2010 bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van:
Klager, verder te noemen klager.
Het klaagschrift is gedateerd 8 april 2010.
De directeur heeft schriftelijk gereageerd. Klager heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.
Het klaagschrift is behandeld ter zitting van 6 mei 2010 in het bijzijn van een afvaardiging namens klager, bestaande uit dhr. [...], dhr. [...] en dhr. [...].
Tevens was aanwezig unitdirecteur [...], samen met collega mw. [...].
Standpunt (namens) klager
Op 5 april, Tweede Paasdag, heeft klager zowel zijn bibliotheekbezoek moeten missen, alsmede het sportmoment. Hiervoor is geen compensatie verstrekt. Klager stelt zich op het standpunt dat gedetineerden geen rechtactiviteiten zouden moeten inleveren vanwege invoering van een zodanig strak dagprogramma als nu gehanteerd wordt.
Klager meent dat hij geschonden is in zijn rechten, waaronder artikel 48 van de Pbw en wil hiervoor graag een compensatie ontvangen.
Standpunt directie
Voor wat betreft de klacht welke zich richt tegen het moeten missen van het bibliotheekbezoek verwijst de directeur allereerst naar het bepaalde in lid 3 van artikel 48 Pbw.
In lid 3 van artikel 48 Pbw is het volgende vastgelegd:
"De directeur draagt zorg dat daarvoor in aanmerking komende functionarissen in de in het eerste lid, tweede volzin, en tweede lid bedoelde activiteiten kunnen voorzien."
Dat betekent dus dat er voor de activiteit bibliotheek functionarissen benoemd worden door de directeur die belast worden met het aanbieden van deze activiteit.
In dit geval heeft de directeur daarvoor bibliothecarissen benoemd. Omdat de directeur uitsluitend deze (gekwalificeerde) functionarissen kan benoemen voor deze werkzaamheden, is het niet mogelijk om hiervoor een ander (executief) personeelslid in te zetten.
Voor de activiteit sport worden door de directeur ook (gekwalicificeerde) functionarissen benoemd die belast worden met het aanbieden van deze activiteiten: instructeurs lichamelijke opvoeding.
Beide voornoemde functionarissen werken in dagdiensten van maandag tot en met vrijdag. In de weekenden en tijdens erkende feestdagen zijn deze functionarissen roostervrij.
Nu de directeur voor deze werkzaamheden specifieke functionarissen benoemt, is het niet mogelijk om hiervoor andere (executieve) personeelsleden in te zetten.
In de uitspraak van de CRS van 8 december 2000 met kenmerk 00/179 is het volgende vastgelegd over het draaien van een zondagsdienst: "het draaien van een zondagsdienst op een doordeweekse erkende feestdag is niet in strijd met wet- en regelgeving".
Compensatie van activiteiten die gemist worden door een feestdag kan niet omdat het dagprogramma zodanig strak is ingedeeld dat er onvoldoende ruimte is om de gedetineerde in te plannen.
Beoordeling
De klachten richten zich tot het missen van het sportmoment en het bibliotheekbezoek d.d. 5 april 2010.
De dag dat klager zijn bibliotheekbezoek en sportmoment hebben moeten missen betrof Tweede Paasdag, een landelijk vastgestelde feestdag.
In P.I. [...] hanteert men een celgebonden dagprogramma. Dit betekent dat het gehele programma voor de hele week vastligt, gebonden is aan een cel en dat hier niet in geschoven wordt.
De beklagcommissie stelt vast dat op feestdagen in de inrichting een "zondagsrooster" wordt gedraaid. Dat betekent dat gedetineerden die op die dag staan ingepland voor activiteiten zoals sport en bibliotheekbezoek, hier niet aan deel kunnen nemen.
Op zichzelf begrijpt de beklagcommissie dat dergelijke dagen personeelsluw zijn en dat het dagprogramma op die dagen beperkt is. De beklagcommissie is echter van mening dat dit er niet toe mag leiden dat gedetineerden, waaronder klager, in een week waarin een feestdag valt rechtactiviteiten zoals sport en bibliotheekbezoek zouden moeten missen. Immers, feestdagen zijn landelijk vastgesteld en de data waarop zij vallen jaren van te voren bekend.
De beklagcommissie is van oordeel dat nu feestdagen te voorzien zijn - en dus ook de consequenties ervan - waaronder het niet kunnen aanbieden van sport en bibliotheekbezoek op die dagen, de directie een zorgplicht heeft om het dagprogramma in de weken die feestdagen bevatten zodanig in te richten dat alle gedetineerden aan de activiteiten kunnen deelnemen waar zij aldus de wet in een week recht op hebben. De directie dient te allen tijde te waarborgen dat wekelijkse rechtactiviteiten zoals sport en bibliotheekbezoek hun doorgang vinden.
De beklagcommissie stelt vast dat de directie dit niet heeft gedaan in de week van 5 april 2010, de dag waarop Tweede Paasdag viel. De beklagcommissie begrijpt dat de directie hierin beperkt wordt door het landelijke beleid, maar meent desalniettemin dat dit geen schending van de rechten van klager mag opleveren.
De beklagcommissie merkt hierbij tot slot op dat zij heeft kennis genomen van de uitspraak van de RSJ d.d. 2 april 2002, nr. 02/0465/GA, waarin is bepaald dat het draaien van een zondagsdienst op een algemene feestdag niet in strijd met de wet dan wel onredelijk of onbillijk moet worden geacht. In genoemde uitspraak wordt daaraan toegevoegd, dat de omstandigheid dat daardoor incidenteel het wettelijk minimum aantal uren dagprogramma per week niet wordt gehaald daar in dat geval niet aan af doet. In de uitspraak wordt een incidenteel verkorten van het dagprogramma per week onder het wettelijk minimum wegens een feestdag toelaatbaar geacht. De beklagcommissie is van mening dat de omstandigheden waaronder op dit moment in de PI [...] het dagprogramma wordt aangeboden het structureel onmogelijk maken in een week waarin een feestdag (niet op zondag) valt het wettelijk minimum aantal uren dagprogramma per week aan te bieden. Het feit dat dit structureel onmogelijk is levert aldus de beklagcommissie een andere situatie op dan beschreven in voornoemde uitspraak.
De klacht zal derhalve gegrond worden verklaard. De beklagcommissie kent klager voor het gemiste bibliotheekbezoek € 5,00 compensatie toe alsmede wordt aan klager € 5,00 toegekend voor zijn gemiste sportmoment.
BESLISSING
De beklagcommissie verklaart de klachten gegrond.
De beklagcommissie stelt vast dat aan klager wordt uitbetaald een bedrag van € 10,00.
Aldus gegeven en vastgesteld door de beklagcommissie, mr. [...] (voorzitter), mr. [...] en mr. [...] (leden), bijgestaan door mr. [...] (secretaris) en ondertekend door de secretaris op 11 juni 2010.
De voorzitter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.