Wetgeving
Artikel 30 Penitentiaire Beginselenwet
1. De directeur kan, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel in verband met de verlening van verlof, een gedetineerde verplichten ureine af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen.
2. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van urineonderzoek. Deze regels betreffen in elk geval het recht van de gedetineerde om de uitslag te vernemen en om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden. Artikel 29, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
1. De directeur kan, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel in verband met de beslissing tot plaatsing of overplaatsing dan wel in verband met de toestemming tot het verlaten van de inrichting, een jeugdige verplichten ureine af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen.
2. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van urineonderzoek. Deze regels betreffen in elk geval het recht van de jeugdige om de uitslag te vernemen en om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden. Artikel 34, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 24 Beginselenwet verpleging TBS-ers
1. Het hoofd van de inrichting kan, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan wel in verband met de verlening van verlof, een verpleegde verplichten urine af te staan ten behoeve van een onderzoek aan die urine op aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen.
2. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de wijze vn uitvoering van het urineonderzoek. Deze regels betreffen in elk geval het recht van de verpleegde om de uitslag te vernemen en om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden. Artikel 23, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.