delen

Sla inhoud over

Jurisprudentie

Er bestond onduidelijkheid over de beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het TR-traject en de mogelijkheid voor de gedetineerde om over TR beslissingen te klagen. De beroepscommissie bepaalde dat de beslissing om klager niet in aanmerking te laten komen voor het TR-traject geacht wordt te zijn genomen door of namens de directeur. De commissie motiveerde dit aldus: “Een als zodanig uitdrukkelijk genomen beslissing dat klager niet voor het TR-traject in aanmerking komt is niet voorhanden. De wettelijke regels kennen het begrip TR-traject niet als zodanig en bepalen derhalve niet uitdrukkelijk wie tot beslissen over het TR-traject bevoegd is. De directeur heeft zich op het standpunt gesteld dat van een beslissing door of namens de directeur geen sprake is en namens klager is betoogd dat zulks wel het geval is. Naar het oordeel van de beroepscommissie moet de beslissing om klager niet in aanmerking te laten komen voor het TR-traject geacht worden te zijn genomen door of namens de directeur. Zulks lijkt overigens ook in overeenstemming met het draaiboek zoals dit is vervat in het Programma Terugdringen Recidive, DJI z.j., p. 14. Daar is immers sprake van een mandaat door de locatiedirecteur aan het hoofd van het Coördinatiebureau Terugdringen Recidive” (06/1107/GA, 22 augustus 2007).

RSJ 14 december 2006, nr. 06/2386/GB
Het beklag richt zich tegen de beslissing van het hoofd coördinatiebureau Terugdringen Recidive tot beëindiging van de deelname van klager aan het programma TR. Klager heeft zich ten aanzien van deze beslissing beklaagd bij de beklagcommissie. De beklagcommissie meende echter niet bevoegd te zijn en heeft de klacht doorgezonden aan de selectiefunctionaris. De selectiefunctionaris heeft het klaagschrift echter weer retour gezonden omdat hij van mening was dat het ging om een namens de directeur genomen beslissing. De beklagcommissie heeft klager uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager heeft tegen deze beslissing geen beroep ingesteld. De klacht is door de beklagcommissie opnieuw doorgezonden aan de selectiefunctionaris. Ook de selectiefunctionaris heeft klager niet-ontvankelijk verklaard, tegen deze beslissing is klager wel in beroep gegaan.
De beroepscommissie stelt vast dat het begrip TR in de wet- en regelgeving niet voorkomt en als gevolg daarvan ligt niet vast wie bevoegd is de beslissing met betrekking tot het TR-traject te nemen. De beroepscommissie oordeelt uiteindelijk dat een redelijke wetstoepassing mee brengt dat de beslissing een TR-traject te beëindigen wordt genomen namens de directeuren.
Tot slot merkt de beroepscommissie nog het volgende op. Indien een gedetineerde weigert deel te nemen aan een behandeling bij de Forensische Psychiatrische Afdeling is dat een gegronde reden om het TR-traject te beëindigen. De behandeling is een essentieel onderdeel van het TR programma, zonder de behandeling kan het beoogde doel niet worden bereikt.

RSJ 8 mei 2006, nr. 06/0110/GB
Plaatsing in gesloten gevangenis, niet in b.b.i. Klager voldoet aan voorwaarden voor plaatsing in b.b.i. maar niet aan de in het kader van nader beleid gestelde voorwaarden (Risc) i.v.m. Terugdringen Recidive. Nu met BSD een resocialisatieprogramma is opgesteld en klager meermalen met algemeen verlof is geweest, beroep gegrond. Opdracht tot nieuwe beslissing.

RSJ 22 augustus 2006, nr. 06/1107/GA
Beslissing dat klager niet voor traject Terugdringen Recidive in aanmerking komt moet geacht worden te zijn genomen door of namens de directeur. Ontvankelijk beklag. Gelet op rapporten van psycholoog en reclassering beklag ongegrond.

RSJ 13 september 2006, nr. 06/1239/GA en 06/1831/GA
Beslissing om TR-traject voor drie maanden stop te zetten is beslissing van de directeur. Die beslissing is, gelet op het gedrag van klager, niet onredelijk of onbillijk. Beroep ongegrond.

RSJ 26 maart 2007, nr. 06/3360/GA
De directeur heeft klagers verzoek om algemeen verlof afgewezen omdat klager niet meedoet aan TR. Afwijzing echter niet conform het bepaalde in de art. en 14-18 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. Beroep directeur ongegrond. Tegemoetkoming € 50,=.

RSJ 10 april 2007, nr. 07/0027/GA
De start van het TR-traject heeft vertraging ondervonden. Hoewel de directeur formeel verantwoordelijk is voor het TR-traject, is hij afhankelijk van de begeleidende reclasseringsinstelling. Nu de vertraging met name te wijten is geweest aan de tijd die de reclassering nodig had om een voorstel op te stellen en de directeur meerdere malen heeft aangedrongen op een snelle bewerking van het dossier, kan de ontstane vertraging niet aan de directeur worden toegerekend. Beroep klager daarom ongegrond.

RSJ 14 augustus 2007, nr. 07/1617/GA
Beklagcommissie heeft geen tegemoetkoming toegekend voor het feit dat klager te laat is aangemeld voor het coördinatiebureau terugdringen recidive, waardoor hij later duidelijkheid heeft verkregen over (on)mogelijkheden detentiefasering. Beroep gegrond. Tegemoetkoming € 10,=.

RSJ 19 september 2007, nr. 07/1557/GA
Klager heeft bij het b.s.d. geïnformeerd naar hetgeen zou geschieden indien hij niet deel zou nemen aan TR. Geantwoord is dat dit mogelijk consequenties zou hebben voor werk en verlof. Beklag is ingediend terwijl er (nog) geen sprake was van een door of namens de directeur genomen beslissing; ook is klager geen sanctie opgelegd. Vernietigt de uitspraak van de beklagrechter, klager alsnog niet-ontvankelijk in het beklag.

RSJ 12 november 2007, nr. 07/2116/GA
Door klager is gesteld en door de directeur niet expliciet ontkend dat klager de TR-regels niet heeft mogen inzien voordat hij voor akkoord moest tekenen. Dit betreft een beklagwaardige beslissing van de directeur. Een dergelijke handelswijze is niet juist. Beroep gegrond, beklag alsnog ontvankelijk en gegrond, geen tegemoetkoming.

RSJ 20 maart 2008, nr. 07/2569/GA
Klager, die deelname aan TR weigert, mag niet aan een opleiding deelnemen. Gelet op organisatie van onderwijs in de inrichting, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen TR-weigeraars en TR-gemotiveerden, is afwijzing niet onredelijk of onbillijk. Aan recht op onderwijs wordt voldaan. Beroep ongegrond.

RSJ 2 juli 2009, nr. 09/1240/GA
Nu vast staat dat directeur functioneel verantwoordelijk is voor TR functionaris kan nalaten van die functionaris aangemerkt worden als weigering te beslissen namens directeur. Beklag alsnog ontvankelijk. Klager is niet binnen 14 dagen na veroordeling bezocht door TR medewerker. Beklag gegrond.