Jurisprudentie
Jurisprudentie beklagcommissie
Gevangeniswezen en bijzondere voorzieningen (Pbw)
1 januari 2010, KC 2011/009
Klager klaagt over het niet veilig kunnen luchten vanwege ijs op de luchtplaats. De beklagrechter oordeelt dat artikel 49, derde lid, Pbw een zorgplicht met zich meebrengt voor de directie om de luchtplaats enigszins veilig te houden in geval van aanhoudende sneeuw. Omdat paadjes waren vrijgemaakt was deze te belopen, echter niet in zijn geheel. De directie heeft zich volgens de beklagrechter voldoende ingespannen om de luchtplaats veilig te houden onder de betreffende weersomstandigheden en verklaart de klacht ongegrond.
De klacht richt zich tegen het gebruik van de luchtbox. Klager beklaagt zich over het feit dat hij gedurende zeven dagen heeft moeten luchten in de luchtbox terwijl deze niet aan de eisen voldoet en is afgekeurd. De luchtbox betreft een ruimte van ca. 3,5 x 3,5 meter lang en ongeveer 25 meter hoog. In de buitenwand zijn twee uitsparingen waarvoor traliewerk is geplaatst. Slechts door deze openingen komt daglicht en buitenlucht binnen, het plafond is gesloten. Er brandt altijd elektrisch licht. De beklagrechter is van oordeel dat verblijf in de luchtbox niet kan worden aangemerkt als verblijf in de buitenlucht. Beklag kennelijk gegrond, tegemoetkoming € 17,50.
1 januari 2008, KC 2008/066
Het klaagschrift is gericht tegen de door klager gestelde schending van het recht op één uur luchten per dag op […] 2007. Uit het verweer van de directie volgt dat op […] 2007 het luchten na een half uur is afgebroken. In de loop van de dag is aan alle gedetineerden (waaronder dus ook klager) een half uur luchten aangeboden ter compensatie voor het gemiste half uur eerder die dag. Klager is derhalve, conform het bepaalde in artikel 49 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), in de gelegenheid gesteld om een uur in de buitenlucht te verblijven. De beklagrechter is van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij slechts een half uur heeft kunnen luchten. Klacht ongegrond.
Jeugd (Bjj)
1 juni 2007, KC 2008/028
Klaagster geeft aan niet te hebben mogen luchten op 30 mei 2007. Beklagcommissie is van oordeel dat aan het recht op een uur luchten per dag in geen geval getoornd mag worden. Uit geen van de stukken blijkt dat de stelling van klaagster onjuist is. Beklag gegrond en compensatie van 2,50 euro.
Forensische zorg (Bvt)
9 juni 2011, KC 2011/32
Klager stelt dat sprake is van een schending van zijn recht op verblijf in de buitenlucht. Volgens klager is er geen sprake van luchten in de zin van artikel 43 lid 3 Bvt gedurende zijn verblijf op de ZISZ-afdeling. Klager wordt dagelijks gelucht in een kooi die overdekt is met gaas. De directie stelt dat de luchtplaats voldoet aan de wettelijke eisen nu klager in de buitenlucht kan verblijven. De beklagcommissie oordeelt dat de de luchtruimte niet voldoet aan een verblijf in de buitenlucht als bedoeld in artikel 43 lid 3 Bvt en artikel 27.1 EPR. De beklagcommissie oordeelt dat klager materieel gezien een verblijf in de buitenlucht wordt onthouden en verklaart het beklag gegrond.
Jurisprudentie beroepscommissie
Gevangeniswezen en bijzondere voorzieningen (Pbw)
RSJ 28 maart 2011, 10/2975/GA
In totaal noemt klager 25 dagen waarop hij niet heeft kunnen luchten omdat de luchtplaats niet toegankelijk was voor rolstoelgebruikers. Klager werd ingesloten gedurende het luchten. Omdat de beroepscommissie vaststelt dat klager 25 dagen niet heeft kunnen luchten stelt zij een tegemoetkoming vast ter hoogte van €125,=.
RSJ 21 maart 2011, 10/2600/GA
Luchtmoment is niet doorgegaan als gevolg van een vergissing van een medewerker. Inrichting heeft excuses aangeboden en aan klager is een passende compensatie aangeboden, welke door klager niet is aanvaard. Het toekennen van een tegemoetkoming is thans niet meer op zijn plaats. Beroep directeur gegrond, beroepscommissie bepaalt dat aan klager geen tegemoetkoming toekomt.
RSJ 16 november 2010, 10/1846/GA
Gelet op de beschrijving van de luchtruimte door de directeur bezien in combinatie met door hem overgelegde foto's kan een verblijf in deze luchtruimte niet worden aangemerkt als een verblijf in de buitenlucht als bedoeld in artikel 49 Pbw. Beroep van klager gegrond, tegemoetkoming € 12,50.
RSJ 12 oktober 2010, 10/1269/GA
Gelet op het fundamentele belang van het verblijf in de buitenlucht voor gedetineerden mag een keuze voor een activiteit binnen de inrichting er niet toe leiden dat de gedetineerde geen gebruik kan maken van zijn recht op verblijf in de buitenlucht. De toelichting op het dagprogramma, alsmede het nagezonden rooster, geven geen blijk van de absolute onmogelijkheid het rooster zo in te richten dat bij het gebruikmaken van het recht op het bijwonen van een kerkdienst de mogelijkheid tot verblijf in de buitenlucht die dag vervalt. Gegrond en een tegemoetkoming van € 50,=.
RSJ 23 november 2009, 09/2406/GA
Nu er niet één vast luchtmoment was tijdens verblijf in strafcel en klager heeft aangegeven bewust niet te hebben gevraagd om te mogen luchten heeft klager kennelijk bewust afgezien van zijn recht op luchten. Beroep van klager ongegrond. Klager alsnog niet ontvankelijk in beklag betreffende medisch handelen.
RSJ 24 juli 2008, 08/0679/GA en 08/763/GA
Aan gedetineerde die ervoor kiest hele dagen te werken zal gelegenheid moeten worden geboden tot verblijf in de buitenlucht als bedoeld in artikel 49 Pbw. Die norm laat geen uitzondering toe. Beklag gegrond, tegemoetkoming € 50.
Jeugd
RSJ 5 augustus 2003, nr. 03/0859/JA
Het dagelijks verblijf in de buitenlucht betreft een grondrecht dat echter ook de verplichting schept om daar goed gebruik van te maken en zodoende behoorlijke uitvoering van dat recht door de directeur mogelijk te maken. Nu klager in de gelegenheid is gesteld om te luchten, maar hij zich tijdens dit luchtmoment heeft misdragen (en een ordemaatregel aan hem is opgelegd), is de beroepscommissie van oordeel dat de weigering van de directeur om klager op een later tijdstip het restant van de luchttijd in te laten halen niet in strijd is met de wet en bij afweging van alle in aanmerking komende belangen evenmin als onredelijk of onbillijk kan worden aangemerkt. De beroepscommissie merkt in dit verband op dat een weigering om de luchttijd in te halen expliciet niet als een extra straf mag worden aangewend. De beroepscommissie acht het wenselijk dat de inrichting de jeugdigen bewust maakt van het feit dat het zich misdragen tijdens het luchtmoment als consequentie heeft dat de resterende luchttijd niet meer zal worden ingehaald. Te denken valt aan opname van een dergelijke waarschuwing in de huisregels. Het beroep zal gegrond worden verklaard.
RSJ 6 januari 2003, nr. 02/2067/JA
De noodzaak om met behulp van een groot aantal personeelsleden en handboeien klager tijdens zijn verblijf in de afzonderingscel te doen luchten is voldoende redengevend om inbreuk op zijn recht op luchten te maken. De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond.
Forensische zorg
RSJ 14 april 2009, 09/0127/TA
Gedurende de periode van afzondering is het luchten niet altijd nadrukkelijk aangeboden, omdat klager voldoende was uitgesloten om daar zelf invulling aan te geven. Recht op verblijf in de buitenlucht niet geschonden. Beroep directeur gegrond en beklag alsnog ongegrond.
RSJ 12 februari 2009, 08/2682/TA
Schending recht op luchten. Door de blikseminslag was er sprake van overmacht. De inrichting heeft er alles aan gedaan om de rechten van de patiënten te handhaven. Beroep ongegrond.
RSJ 8 februari 2007, 06/2190/TA
Beroepscommissie beoordeelt klacht nu lid beklagcommissie betrokken was bij bemiddeling. Uitsluiting voor een uur per dag tijdens afzondering, waarin klager zelf moest uitmaken of hij wilde luchten, eten klaarmaken of douchen, is schending recht op luchten gedurende tenminste een uur per dag. Beklag gegrond, tegemoetkoming € 30,=.