delen

Sla inhoud over

Het recht op luchten

De gedetineerde, de jeugdige en de verpleegde hebben allen het recht op minimaal een uur luchten per dag. De in de wet opgenomen regeling is echter wel een minimumregeling. Dat wil zeggen dat de directeur van de inrichting de luchtregeling mag uitbreiden naar meer uren per dag.

Het recht op een uur luchten houdt in dat het luchten zelf tenminste een uur moet duren. De tijd die nodig is voor het uitsluiten en het weer insluiten mag niet worden afgetrokken van dit uur.[1]

Absoluut recht
Het recht op een uur luchten per dag wordt vaak beschreven als een absoluut recht. Dit houdt in dat in beginsel niet van het recht mag worden afgeweken. Zelfs wanneer iemand in de isoleercel zit, heeft diegene recht op luchten. Ingevolge art. 24 lid 2 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en art. 55 lid 1 Pbw heeft de gedetineerde tijdens de tenuitvoerlegging van een afzonderingsmaatregel of disciplinaire straf van opsluiting in een (straf)cel ook recht op een uur luchten per dag. Dit geldt ook voor de jeugdigen (art. 24 lid 1 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) en art. 59 lid 1 Bjj) en verpleegden (dit is af te leiden uit een uitspraak van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) van 8 februari 2007 met kenmerk 06/2190/TA). Wanneer men zich in de straf- of afzonderingscel bevindt, vindt het luchten vaak in een luchtkooi plaats en niet gemeenschappelijk maar individueel.[2]

Dat het recht op een uur luchten per dag als een absoluut recht wordt beschouwd, blijkt wel uit de jurisprudentie van de RSJ. Een voorbeeld hiervan is een geval waarin een deel van een afdeling als gevolg van een gewijzigd dagprogramma iedere zaterdag moest kiezen tussen luchten of het bijwonen van de kerkdienst. De RSJ oordeelde dat een keuze voor een activiteit in de inrichting er niet toe mag leiden dat de gedetineerde geen gebruik kan maken van zijn recht op verblijf in de buitenlucht. De RSJ verklaarde de klacht gegrond en kende klager een tegemoetkoming toe ter hoogte van € 50,- wegens het meermalen moeten missen van het luchtmoment.[3]

Toch tornt de RSJ in enkele uitspraken aan het recht om een uur per dag te mogen luchten. De gevallen waarin het recht op een uur luchten kan worden beperkt zijn niettemin zeer uitzonderlijk. Zie bijvoorbeeld RSJ 5 augustus 2003, nr. 03/0859/JA en RSJ 6 januari 2003, nr. 02/2067/JA. De RSJ overweegt in deze beslissingen dat soms toch kan worden afgeweken van het recht op luchten. Dit kan bijvoorbeeld wanneer de gedetineerde zich tijdens het luchtmoment heeft misdragen en een ordemaatregel opgelegd krijgt, of wanneer de gedetineerde zich zodanig agressief gedraagt dat de veiligheid van klager en het personeel in het geding is en contact met de gedetineerde alleen via het luikje in de celdeur verantwoord is.

Luchtkooi
Zoals beschreven lucht een gedetineerde, jeugdige of verpleegde die zich in de straf- of afzonderingscel bevindt, vaak in een luchtkooi. De wet stelt geen eisen aan een dergelijke luchtkooi, zoals bijvoorbeeld minimale afmetingen. De RSJ heeft in haar uitspraak van 26 maart 2010 (10/0020/GA) geoordeeld dat een verblijf in de luchtkooi met een open bovenkant kan worden aangemerkt als verblijf in de buitenlucht als bedoeld in artikel 49 Pbw. Voorts heeft de RSJ in specifieke gevallen geoordeeld of sprake was van verblijf in de buitenlucht. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 juni 2007 (RSJ 06/3258/GA). De luchtkooi was een ruimte van ongeveer 3.5 x 3.5 meter en ongeveer 2.5 meter hoog, met uitsparingen in de buitenwand van 80 x 135 cm waarvoor traliewerk was geplaatst. Alleen door deze openingen konden daglicht en buitenlucht toetreden, het plafond was gesloten. In de luchtbox brandde altijd elektrisch licht. De RSJ oordeelde dat verblijf in die specifieke luchtbox niet kon worden aangemerkt als verblijf in de buitenlucht als bedoeld in artikel 49 Pbw, mede gelet op het feit dat in artikel 27.1 van de European Prison Rules over het luchten wordt opgemerkt dat het moet gaan om ‘exercise in the open air’.[4]

-----------------------------------------------------------------------------------

[1] G. de Jonge en H. Cremers, Bajesboek, handboek voor gedetineerden, Breda: Stichting Uitgeverij Papieren Tijger 2008, p. 218.
[2] G. de Jonge en H. Cremers, Bajesboek, handboek voor gedetineerden, Breda: Stichting Uitgeverij Papieren Tijger 2008, p. 218.
[3] RSJ 12 oktober 2010, 10/1269/GA.
[4] Zie ook RSJ 16 november 2010, 10/1846/GA.