Onderwijs
Algemeen
Leerplichtige jongeren binnen een justitiële jeugdinrichting (JJI) volgen onderwijs binnen de inrichting. Het onderwijs wordt verzorgd door een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor jeugdigen met ernstige gedragsproblemen (VSO-ZMOK) verbonden aan een Regionaal expertisecentrum (REC) in de regio. Om de belangen van het onderwijs voor jongeren in JJI’s en in de gesloten jeugdzorginstellingen te behartigen is er een Taakgroep onderwijs in gesloten jeugdinrichtingen. Zij zorgen voor de onderlinge afstemming tussen scholen, bewaken dat de kwaliteit van het onderwijs structureel op niveau blijft en sturen waar nodig op verbetering aan[1].
Indicatiestelling
Voor zowel plaatsing op het VSO is een indicatie noodzakelijk. Een indicatie wordt afgegeven door de Commissie voor Indicatiestelling (CvI), een onafhankelijke commissie die verbonden is aan
het REC.
Leerlingen afkomstig uit een JJI krijgen een indicatie voor een jaar. Hiervoor hoeft alleen het bewijs van inschrijving/uitschrijving van die instelling aan de CvI te worden overlegd[2]. Iedere jongere die in een JJI is geplaatst, heeft tot minimaal een jaar na de uitstroom recht op extra nazorg. Deze nazorg kan bestaan uit plaatsing op een school voor Speciaal Onderwijs of uit ambulante begeleiding op een ROC. De school helpt de ouders en de jongere bij het aanvragen van het rugzakje voor de inzet van een “Ambulant Begeleider” (AB-er). Hiermee kan de ontvangende school een AB-er inschakelen die in kaart brengt welke extra inzet er noodzakelijk is vanuit de school, de docent, de jongere en de ouders.
Instroom
Bij plaatsing in de JJI stroomt de jongere na de intakeprocedure op de leefgroep, eerst in op de afdeling Intake & Assessment van het onderwijs. Hier krijgt de jongere een intakegesprek en zal hij/zij enkele dagen meedoen aan allerlei testen en toetsen. Ook wordt in deze periode contact opgenomen met de school van herkomst om de mogelijkheid van samenwerking te bekijken met betrekking tot voortzetting van de opleiding en het daar afleggen van de examens.
Voor jongeren die voorafgaand aan hun opname in de JJI al naar school gingen, wordt in nauw overleg met de vorige school, gezocht naar mogelijkheden om de gevolgde schoolvakken te handhaven.
Alle informatie wordt in een verslag gerapporteerd aan de “Commissie van Begeleiding “. Vervolgens wordt de leerling met het onderwijsrapport van de afdeling “Intake en Assesment” wordt de leerling overgedragen aan de Commissie van Begeleiding (CvB).
De Commissie van Begeleiding
De jongere gaat een gesprek aan met een lid van de CVB om te komen tot een passend onderwijsplan, inclusief de activiteiten en doelen gedurende minimaal de eerste 6 weken. De CVB verwerkt alle beschikbare informatie in een handelingsplan. Dit wordt in de eerste 6 weken aangevuld met nieuwe informatie en groeit uit tot een definitief plan, dat na 10 weken in een multidisciplinaire bijeenkomst wordt vastgesteld en opgenomen in het totale plan.
Hier geldt dus: één kind, één plan[3].
Regulier onderwijs
Elke jeugdinrichting heeft een eigen school. Lestijden en mogelijkheden verschillen onderling, maar doorgaans zijn er elke dag vier tot vijf lesuren en bieden inrichtingsscholen min of meer het reguliere onderwijs.
Een klas bestaat uit ongeveer 7 tot 8 leerlingen. Dat kunnen jongeren zijn uit dezelfde groep binnen de inrichting maar ook jongeren van andere leefgroepen met hetzelfde vakkenpakket. De scholing sluit zo goed mogelijk aan bij de schoolactiviteiten voorafgaand aan de detentie.
Speciale onderwijsprogramma’s
Naast het reguliere onderwijs, worden ook speciale onderwijsprogramma’s aangeboden. Bijvoorbeeld voor jongeren waarvan Nederlands niet de moedertaal is en voor jongeren met leerbeperkingen. Maar de school biedt ook vormende activiteiten en stagemogelijkheden.
Voor jongeren van vijftien jaar of ouder die graag een beroepsopleiding (ROC) willen volgen en een baan willen zoeken bestaat een speciaal traject: Work-Wise [4]
Klachtenregeling
Ouders of verzorgers, personeel en jongeren vanaf 13 jaar hebben het recht een klacht in te dienen over gedragingen en besluiten van bestuur of personeel van de school of de organisatie van het onderwijs.
De meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken op de school zullen in goed overleg tussen ouders of verzorgers en schoolleiding naar behoren kunnen worden afgehandeld.
Klachten die naar de mening van betrokkenen niet correct zijn afgehandeld, worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Zonodig kunnen de klachten voorgelegd worden aan de klachtencommissie waarbij de school is aangesloten. Bij klachten over ongewenste omgangsvormen op school, zoals seksuele intimidatie, discriminatie, racisme, pesten, agressie en geweld, kunnen ouders of verzorgers en jongeren een beroep doen op de ondersteuning van de contactpersoon op school of de externe vertrouwenspersoon.