delen

Sla inhoud over

Commissie van Toezicht binnen een Justitiële jeugdinrichting (JJI)

Het klachtrecht van jongeren in een JJI[1]
Klachtrecht is een elementair recht van degene die van zijn vrijheid is beroofd. Vrijheidsbeneming vereist rechtsbescherming. Dat is nodig omdat de gedetineerde totaal afhankelijk is van degene die het gezag over hem uitoefent. Rechtsbescherming omvat klachtrecht. Dat is het recht om bij een onafhankelijke commissie van buitenstaanders te klagen over beslissingen die de gedetineerde raken. Volwaardig klachtrecht eist dat die commissie bindende uitspraken doet en dat er een beroepsmogelijkheid is bij een onafhankelijke instantie die ook weer een bindende uitspraak doet. De Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) voorziet in een dergelijk klachtrecht.

De Memorie van Toelichting van de Bjj motiveert het klachtrecht als volgt: 'Het beklagrecht biedt rechtsbescherming aan ingeslotenen in een ten opzichte van het over hen gestelde gezag afhankelijke situatie. De kern hiervan is dat de - jeugdige - burgers die zijn ingesloten aan een onafhankelijke instantie klachten kunnen voorleggen over hen rakende ingrijpende beslissingen.
De Bjj voorziet in een klachtenbehandeling door een onafhankelijke beklagcommissie, een subcommissie van de CvT, en in een beroepsmogelijkheid bij een onafhankelijke instantie, de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).

Onafhankelijkheid van de klachten- en beroepscommissie
Binnen elke JJI is een separate onafhankelijke commissie van toezicht aangesteld, bestaande uit burgers, waarvan in ieder geval deel uitmaken: een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht, een advocaat, een deskundige op het gebied van de gedragswetenschappen en een deskundige op het gebied van de pedagogische hulpverlening[2].

De leden van de CvT worden door de Minister van Justitie benoemd voor de tijd van vijf jaar en kunnen tweemaal voor herbenoeming in aanmerking komen. De leden van de RSJ op voordracht van de Minister van Justitie bij koninklijk besluit. Verder kunnen de leden alleen op eigen verzoek, na afloop van de periode waarvoor zij benoemd zijn of na het bereiken van een bepaalde leeftijd, worden ontslagen[3]. De directeur heeft geen bemoeienis met de benoeming van de leden.

Takenpakket van de CvT op grond van de Bjj
De (beklagcommissie van de) CvT beslist niet alleen over klachten van de jongeren in de JJI, maar houdt ook toezicht op de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, houdt toezicht op het verblijf van personen in die inrichting, en adviseert de directeur van de JJI, de minister van Justitie en de RSJ over de gang van zaken in de JJI waaraan zij is verbonden[4].

Bemiddeling
De jeugdige heeft per 1 juli 2011 het recht zich mondeling of schriftelijk tot de maandcommissaris te wenden met het verzoek een grief tegen een beslissing genomen door of namens de directeur te bemiddelen[5]. Dit verzoek dient wel uiterlijk op de 7e dag nadat de jeugdige kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend. Leden van de CvT zijn beurtelings maandcommissaris, en de maandcommissaris bezoekt twee maal per maand de inrichting. De maandcommissaris streeft ernaar binnen zes weken een aanvaardbare oplossing te bereiken. De resultaten van de bemiddeling worden neergelegd in een schriftelijke mededeling die aan de directeur en de jeugdige worden verzonden. De directeur deelt binnen vier weken na ontvangst van die mededeling aan de jeugdige en de CvT mee of hij het oordeel van de maandcommissaris deelt of maatregelen zal nemen. Tegen de beslissing kan de jeugdige een klacht indienen bij de beklagcommissie, maar de Bjj sluit uit dat deze klacht dan nogmaals kan worden bemiddeld.

Een jeugdige heeft echter ook de mogelijkheid direct een klaagschrift in te dienen bij de beklagcommissie van de inrichting waar de beslissing waarover hij klaagt is ingekomen[6]. Dit klaagschrift kan ook in handen van de maandcommissaris worden gesteld om te onderzoeken of er tussen de jeugdige en de directeur kan worden bemiddeld.

Klachtbehandeling
Een jeugdige kan bij de beklagcommissie klagen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing[7]. Het ingediende klaagschrift kan worden doorgestuurd naar de maandcommissaris en/of worden behandeld door een door de commissie van toezicht uit haar midden benoemde beklagcommissie, bestaande uit drie leden. Het klaagschrift kan in bepaalde gevallen ook enkelvoudig - door een alleensprekende beklagrechter - worden afgedaan[8]. De uitspraak wordt in beginsel binnen vier weken na ontvangst van de klacht gedaan[9]. Deze termijn kan in bijzondere omstandigheden maximaal met vier weken worden verlengd. Daarnaast kan de beklagcommissie de uitspraak ook mondeling meedelen aan de klager en de directeur.

Bindendheid van de beslissing en de onderzoeksplicht
Sinds de invoering van het klachtrecht voor jongeren in rijksinrichtingen in 1984, kan de CvT een bindende beslissing geven naar aanleiding van de klacht, evenals de RSJ in beroep.
Verder moet de beklagrechter ingevolge de Bjj onderzoeken of de aangevallen beslissing in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag, dan wel bij afweging van alle in aanmerking komende belangen al dan niet onredelijk of onbillijk moet worden geacht[10].

Uitspraken
De uitspraken van de beklagcommissie strekken tot gehele of gedeeltelijke niet onvankelijkverklaring van het beklag, ongegrondverklaring van het beklag of gegrondverklaring van het beklag. Indien de beslissing waarover is geklaagd in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag of onredelijk of onbillijk wordt geacht, wordt het beklag gegrond verklaard en kan de beslissing geheel of gedeeltelijk vernietigd worden.

De directeur kan worden opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Ook kan de beklagcommissie bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Er kan ook worden volstaan met gehele of gedeeltelijke vernietiging. Als de gevolgen van de beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, dan kan de beklagcommissie voor klager een tegemoetkoming vaststellen die geldelijk van aard kan zijn[11].

Geheimhouding
De leden van de CvT zijn tot geheimhouding verplicht tegenover derden en voor zover dit voor de uitoefening van hun taak redelijkerwijs nodig is[12]. Dossiers die jeugdigen dan wel deelnemers aan een scholings- en trainingsprogramma betreffen kunnen worden ingezien, tenzij de betrokkene bezwaar maakt.

Toegang tot de inrichting en informatieverstrekking
De leden van de commissie van toezicht hebben ten behoeve van de uitoefening van hun taak te allen tijde toegang tot alle plaatsen in de inrichting en hen wordt daartoe alle ter zake dienende inlichtingen verstrekt.

Vergaderingen
De directeur brengt alle voor de uitoefening van de taak van de commissie belangrijke feiten en omstandigheden ter kennis van de commissie. Hiertoe treedt de commissie van toezicht regelmatig in contact met de directie, waarbij in beginsel maandelijks in een vergadering van beide zijden verslag wordt gedaan van de werkzaamheden, bevindingen en bijzonderheden.

Bijstand secretaris
De commissie van toezicht wordt bijgestaan door een secretaris, die geen lid van de commissie is. De secretaris wordt door de Minister van Justitie benoemd en ontslagen. De secretaris van de commissie van toezicht is tevens secretaris van de beklagcommissie, die zitting houdt voor de behandeling van de klachten.

Jaarverslag
Jaarlijks wordt vóór 1 mei door de commissie van toezicht een jaarverslag opgemaakt over haar werkzaamheden in het voorgaande jaar[13]. Dit verslag is openbaar.


[1] Delen van de tekst komen uit het artikel “Klachtrecht voor jongeren die van hun vrijheid zijn beroofd “ door mr. M.E.J.C. Diepstraten (FJR2008,3: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht).

[2] Art. 14 Reglement justitiële jeugdinrichtingen (Rjj)

[3] Art. 17 Rjj.

[4] Art. 7 en 7a (nieuw) Bjj.

[5] Art. 64 (nieuw) Bjj.

[6] Art. 66 (nieuw) Bjj.

[7] Artikel 65 Bjj (nieuw) met in lid 1 onder a tot en met m opgenomen de soorten beslissingen waarover kan worden geklaagd en art. 66 Bjj (nieuw).

[8] Artikel 67 Bjj.

[9] Artikel 72 Bjj.

[10] Art. 73, 2e lid Bjj.

[11] Art, 73 Bjj.

[12] Art. 7a Bjj (nieuw)

[13] Art. 22 Rjj.