delen

Sla inhoud over

Beklagprocedure jeugd

Deze tekst is geschreven door Daniëlle Klaassen, in de hoedanigheid van stagiaire bij het Kenniscentrum en voorafgaand aan publicatie voorgelegd aan de landelijke redactieraad van het Kenniscentrum.

Beklag
Een jeugdige heeft binnen een inrichting een zeer kwetsbare positie als gevolg van zijn geringe rechtspositie. Een groot deel van zijn rechten en vrijheden wordt hem ontnomen en er treedt een aantal verplichtingen en beperkingen voor in de plaats.

Sinds 1 april 1984 bestaat het beklagrecht voor jeugdigen in de rijksinrichtingen.[1] Bij wijziging van de Wet op de jeugdhulpverlening [Wjh] is de beklagregeling van de rijksjeugdinrichtingen ook van toepassing verklaard op particuliere inrichtingen. De beklagregeling is geïnspireerd door de regeling die vanaf 1977 in de Beginselenwet gevangeniswezen is opgenomen. Een belangrijk verschil tussen de bestaande regelingen is dat enkelvoudige afdoening in de jeugdsector voorop staat.

In hoofdstuk 8 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen [Bjj] is het beklagrecht voor jeugdigen geregeld. Een jeugdige kan bij de beklagcommissie klagen over een hem betreffende door of namens de directeur genomen beslissing. [Artikel 65 Bjj] Met een beslissing wordt gelijk gesteld een verzuim of weigering om te beslissen. De directeur draagt zorg dat een jeugdige die beklag wenst te doen daartoe zo spoedig mogelijk in de gelegenheid wordt gesteld.

Het klaagschrift
De jeugdige doet beklag door de indiening van een klaagschrift bij de beklagcommissie bij de inrichting waar de beslissing waarover hij klaagt is genomen. De wet stelt geen vormvereisten aan een klaagschrift, zodat elk als klaagschrift herkenbaar stuk dat de beklagrechter bereikt, als zodanig moet worden behandeld. Het klaagschrift vermeldt zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van het beklag. Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende beheerst kan hij het klaagschrift in een andere taal indienen. De voorzitter van de beklagcommissie kan bepalen dat het klaagschrift in de Nederlandse taal wordt vertaald. [Artikel 65 Bjj]

Termijn van indiening
Het klaagschrift wordt uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen ingediend. [Artikel 65 lid 5 Bjj] Indien het klaagschrift te laat wordt ingediend, zonder geldige reden, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag.

Beklagcommissie
De beklagcommissie die het klaagschrift behandelt bestaat uit drie leden, welke worden benoemd uit de leden van de Commissie van Toezicht. De beklagcommissie wordt bijgestaan door een secretaris. [Artikel 67 Bjj]

Indien er sprake is van een eenvoudige klacht, een klacht welke kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, kan het klaagschrift door de enkelvoudige beklagrechter worden afgedaan. In moeilijkere gevallen wordt het klaagschrift afgedaan door de voltallige beklagcommissie.

De behandeling van het klaagschrift vindt niet in het openbaar plaats, tenzij de beklagcommissie van oordeel is dat de niet openbare behandeling niet verenigbaar is met enige een ieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag.

Verloop procedure
Verzamelen stukken
De secretaris van de beklagcommissie stuurt de directeur een afschrift van het klaagschrift toe en verzoekt deze hieromtrent inlichtingen en opmerkingen. De klager ontvangt van de secretaris zo spoedig mogelijk een schriftelijk verslag van deze inlichtingen en opmerkingen. [Artikel 68 Bjj]

Beklagzitting
Tijdens een beklagzitting, die in de inrichting plaatsvindt, worden de klager en de directeur in de gelegenheid gesteld mondeling opmerkingen te maken, tenzij het beklag aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond wordt geacht. In dat geval vindt er geen zitting plaats.

De klager en de directeur kunnen de voorzitter van de beklagcommissie vragen opgeven die zij aan elkaar gesteld wensen te zien. De beklagcommissie kan ook bij andere personen mondeling of schriftelijke inlichtingen inwinnen. Indien mondeling inlichtingen worden ingewonnen, kunnen de klager en directeur vragen opgeven die zij gesteld wensen te zien. De beklagcommissie kan de directeur en de klager ook buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de beklagcommissie aan de klager respectievelijk de directeur mondeling medegedeeld. [Artikel 69 Bjj]

De klager heeft het recht zich te laten bijstaan door een rechtsbijstandverlener of een andere vertrouwenspersoon die daartoe van de beklagcommissie toestemming heeft gekregen. Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de voorzitter zorg voor de bijstand van een tolk. [Artikel 70 Bjj]

Tijdens de beklagprocedure staat de beklagcommissie de klager op zijn verzoek toe van de gedingstukken kennis te nemen. Van het horen van de betrokkenen maakt de secretaris een schriftelijk verslag, dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. Bij verhindering van een van hen wordt de reden daarvan in het verslag vermeld. [Artikel 70 Bjj]

Schorsing
Hangende de uitspraak op het klaagschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie (RSJ) op verzoek van de klager, na de directeur te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop het klaagschrift betrekking heeft geheel of gedeeltelijk schorsen. De klager moet dan naast het klaagschrift wat hij in dient bij de Commissie van Toezicht, een schorsingverzoek indienen bij de RSJ. De voorzitter van de beroepscommissie doet mededeling van zijn beslissing omtrent de schorsing aan de directeur en de klager. [Artikel 71 Bjj]

Bemiddeling
Op grond van artikel 64 Bjj heeft de jeugdige recht om zich tot de maandcommissaris te wenden met het verzoek te bemiddelen bij een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen of een zorgplicht heeft vervuld. Een gedraging van een personeelslid en medewerker van de inrichting jegens de jeugdige wordt met het oog op de toepassing van deze bepaling als een gedraging van de directeur aangemerkt. Indien de klacht een beslissing betreft waartegen beklag openstaat, dient dit verzoek uiterlijk op de zevende dag na die waarop de jeugdige kennis heeft gekregen van die beslissing te worden ingediend. De maandcommissaris streeft ernaar binnen zes weken een voor partijen aanvaardbare oplossing te hebben bereikt. De maandcommissaris stelt de jeugdige en de directeur in de gelegenheid, al dan niet in elkaars tegenwoordigheid, hun standpunt mondeling toe te lichten. Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, draagt de maandcommissaris zorg voor de bijstand van een tolk. Hij legt de resultaten van de bemiddeling neer in een schriftelijke mededeling en zendt een gedagtekend afschrift daarvan aan de directeur en de jeugdige. Indien de jeugdige de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt, draagt de maandcommissaris zorg voor een vertaling van de mededeling.

De directeur deelt, binnen vier weken na ontvangst van de mededeling, de jeugdige alsmede de Commissie van Toezicht mede of hij het oordeel van de maandcommissaris over de grief deelt en of hij naar aanleiding van dat oordeel maatregelen zal nemen en zo ja welke. Tegen die mededeling kan de jeugdige een klacht indienen bij de beklagcommissie. De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders hebben het recht een grief omtrent de wijze waarop de directeur zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hen heeft gedragen. [Artikel 64 Bjj]

De beklagcommissie kan een binnen gekomen klaagschrift ook in handen stellen van de maandcommissaris, ten einde deze in de gelegenheid te stellen om te bemiddelen. [Artikel 68 lid 4 Bjj] De secretaris doet hiervan mededeling aan de directeur. De maandcommissaris zal de jeugdige bezoeken op zijn afdeling. Indien uit dit gesprek blijkt dat het om een formele klacht gaat, zal de maandcommissaris adviseren de klacht in te dienen bij de beklagcommissie. Wanneer de jeugdige dat doet en de klacht wordt op zitting gezet dan dient de directeur een verweerschrift te schrijven. Indien uit het gesprek blijkt dat het gaat om een klacht die niet formeel beklagwaardig is, zal de maandcommissaris proberen te bemiddelen. Tot slot verdient nog de opmerking dat het lid van de Commissie van Toezicht dat een jeugdige als maandcommissaris heeft gesproken over een klacht, geen deel uit mag maken van de beklagcommissie die deze klacht van de jeugdige behandelt. [Artikel 6 EVRM]

Voorts kan er ook tijdens de beklagzitting worden bemiddeld. Het kan voorkomen dat tijdens de zitting blijkt dat partijen bereid zijn enige concessies te doen. De beklagcommissie kan hierop inspelen en een bemiddelaarsrol vervullen als beide partijen daarmee instemmen. Mochten partijen tot overeenstemming komen, dan zal de klacht worden ingetrokken.

Rogatoir verhoor
Indien de klager niet meer in de inrichting verblijft waar de beslissing waartegen geklaagd wordt is genomen, kan de klager op verzoek van de beklagcommissie door een (lid van) een andere beklagcommissie worden gehoord. [Artikel 70 lid 4 Bjj] (Het lid van) De andere beklagcommissie zal een proces-verbaal opmaken en stuurt dat toe aan de beklagcommissie die bij de inrichting hoort waar de beslissing is genomen. Daarna wordt de zaak in het bijzijn van de directie op zitting behandeld.

Uitspraak
De uitspraak van de beklagcommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke

  • niet-ontvankelijkverklaring van het beklag;
  • ongegrondverklaring van het beklag;
  • gegrondverklaring van het beklag. [Artikel 73 Bjj]


Niet-ontvankelijk

Een beslissing strekkende niet-ontvankelijkverklaring houdt in dat klager klaagt over iets wat op grond van artikel 65 Bjj geen beklagwaardige beslissing is, of klager is te laat met het indienen van zijn klaagschrift.

Ongegrond

Een ongegrondverklaring houdt in dat de beklagcommissie de bestreden beslissing niet in strijd acht met een in de inrichting geldend wettelijke voorschrift of een eenieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag. Ook bij belangenafweging acht de beklagcommissie de beslissing niet onredelijk of onbillijk.


Gegrond

Indien de beklagcommissie van oordeel is dat de beslissing waarover geklaagd is in strijd is met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift of een eenieder verbindende bepaling van een in Nederland geldend verdrag, dan wel bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht, verklaart zij het beklag gegrond en vernietigt zij de beslissing geheel of gedeeltelijk. Ingeval voornoemde situatie zich voordoet, worden de rechtsgevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overstemming gebracht met de uitspraak van de beklagcommissie. Voor zover de gevolgen niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, bepaalt de beklagcommissie dan wel de voorzitter, na de directeur te hebben gehoord, of enige tegemoetkoming aan de klager geboden is. Zij stelt de tegemoetkoming, die geldelijk van aard kan zijn, vast. Indien het beklag gegrond wordt verklaard kan de beklagcommissie de directeur opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak, bepalen dat haar uitspraak in plaats treedt van de vernietigde beslissing of volstaan met de gehele of gedeeltelijke vernietiging. Indien de beklagcommissie de directeur opdraagt een nieuwe beslissing te nemen kan de beklagcommissie in haar uitspraak een termijn stellen. De beklagcommissie kan voorts bepalen dat de uitspraak buiten werking blijft totdat deze onherroepelijk is geworden. [Artikel 73 Bjj]


Termijn

De beklagcommissie doet zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen een termijn van vier weken, te rekenen vanaf de datum waarop het klaagschrift is ontvangen, uitspraak. In bijzondere omstandigheden kan de beklagcommissie deze termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van deze verlenging wordt aan de directeur en de klager mededeling gedaan. [Artikel 72 Bjj]


Motivering en vormvereisten

De uitspraak is met redenen omkleed en gedagtekend. De uitspraak bevat een verslag van het horen van personen door de beklagcommissie. De uitspraak wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Bij verhindering van één van hen wordt de reden daarvan in de uitspraak vermeld. Aan de klager en de directeur wordt kosteloos een afschrift van de beslissing van de beklagcommissie toegezonden of uitgereikt.


De uitspraak vermeldt de mogelijkheid van het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan alsmede de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak. [Artikel 72 Bjj]


Indien de klager de Nederlandse taal niet voldoende beheerst en in de inrichting niet op andere wijze in een vertaling kan worden voorzien, draagt de voorzitter van de beklagcommissie zorg voor een vertaling van de uitspraak en de mogelijkheid om beroep in te stellen.


Mondelinge uitspraak

De voorzitter van de beklagcommissie kan de uitspraak ook mondeling mededelen aan de klager en de directeur. Zij worden daarbij gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van beroep bij de beroepscommissie, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit moet worden gedaan, alsmede de mogelijkheid tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitspraak. Als de dag van de uitspraak geldt de dag van het doen van deze mededeling. Indien mondeling uitspraak wordt gedaan, wordt deze uitspraak op het klaagschrift aangetekend.

Indien de uitspraak mondeling wordt gedaan en beroep wordt ingesteld, vindt uitwerking van de beslissing schriftelijk plaats. De secretaris zendt een afschrift van deze uitspraak toe aan de directeur, de klager en de beroepscommissie.


Openbaarmaking uitspraken

De secretaris zendt van alle uitspraken van de beklagcommissie een afschrift naar Onze Minister. Een ieder heeft recht op kennisneming van deze uitspraken en het ontvangen van een afschrift daarvan. Onze Minister draagt zorg dat dit afschrift geen gegevens bevat waaruit de identiteit van de jeugdige kan worden afgeleid. [Artikel 72 Bjj]

Beroep

Tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunnen de directeur en de klager beroep instellen door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van de ontvangst van het afschrift van de uitspraak cq. na die van de mondelinge mededeling van de uitspraak worden ingediend. [Artikel 74 lid 1 Bjj]

Het beroepschrift wordt ingediend bij en behandeld door een door de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming benoemde beroepscommissie van drie leden, die wordt bijgestaan door een secretaris. De behandeling van het beroepschrift door de beroepscommissie vindt in grote mate op dezelfde wijze plaats als die van het klaagschrift door de beklagcommissie met dien verstande dat de beroepscommissie kan bepalen dat:
 

  • de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten;
  • de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de beroepscommissie kunnen worden gemaakt;
  • ingeval bij een ander persoon mondelinge inlichtingen worden ingewonnen, de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk vragen op te geven die zij aan die persoon gesteld wensen te zien. [Artikel 74 lid 3 Bjj]


Het indienen van een beroepschrift schorst de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie niet, behalve voor zover deze de toekenning van een tegemoetkoming inhoudt. Hangende de uitspraak op het beroepschrift kan de voorzitter van de beroepscommissie op verzoek van degene die het beroep heeft ingesteld en gehoord de andere betrokkene in de procedure de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie geheel of gedeeltelijk schorsen. Hij doet hiervan mededeling aan de directeur en de klager. [Artikel 75 Bjj]
 

De beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak. De uitspraak van de beroepscommissie strekt tot gehele of gedeeltelijke
 

  • niet-ontvankelijkverklaring van het beroep;
  • bevestiging van de uitspraak van de beklagcommissie, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden;
  • vernietiging van de uitspraak van de beklagcommissie.
     

Indien de uitspraak van de beklagcommissie wordt vernietigd, doet de beroepscommissie hetgeen de beklagcommissie had behoren te doen. [Artikel 76 Bjj]

     


[1] Memorie van Toelichting, p. 140