NS 2005/100
DE BEKLAGCOMMISSIE UIT DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BIJ DE PENITENTIAIRE INRICHTINGEN [...]
De beklagcommissie heeft kennis genomen van een op 29 juni 2005 bij het secretariaat ingekomen klaagschrift van
[...],
verder te noemen klaagster,
Het klaagschrift, gedateerd 21 juni 2005, is gericht tegen het besluit klaagster geen wachtgeld uit te keren voor de periode dat zij, na afloop van een haar opgelegde disciplinaire straf, op de wachtlijst voor de arbeid staat.
De directeur heeft schriftelijk op de klacht gereageerd. Klaagster heeft van deze reactie kennis kunnen nemen.
De klacht is behandeld ter zitting van 13 juli 2005 in bijzijn van klaagster en de unitdirecteur [...]
De feiten
Klaagster heeft een disciplinaire straf opgelegd gekregen van opsluiting in de eigen verblijfsruimte. Na afloop van deze straf heeft klaagster zich opnieuw aangemeld voor de arbeid. Zij is op de wachtlijst voor de arbeid geplaatst en heeft tot de plaatsing op de werkzaal geen wachtgeld ontvangen.
Het standpunt van klaagster
Klaagster begrijpt niet waarom zij geen wachtgeld krijgt gedurende de periode dat ze op de wachtlijst voor de arbeid staat. Klaagster krijgt geen geld van iemand buiten de inrichting.
Het standpunt van de directeur
Klaagster is op haar verzoek na afloop van de disciplinaire straf weer op de wachtlijst van de arbeid geplaatst. Conform de huisregels, onder 3.2 punt 13, heeft klaagster tot de plaatsing op een werkzaal geen recht op wachtgeld.
De beoordeling
In de huisregels van de PI [...] staat onder 3.2 Arbeidsreglement I, onder punt 13 vermeld: "Na afloop van elke disciplinaire straf van opsluiting of uitsluiting van de arbeid vervalt uw plaatsing op de arbeid. Indien u na afloop van de straf weer wilt gaan werken, dient u hiervoor een verzoekbriefje aan het hoofd arbeid te schrijven. Na aanmelding wordt u op de wachtlijst voor de arbeid geplaatst. Tot uw plaatsing op een werkzaal ontvangt u geen wachtgeld."
Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van 17 januari 2005 (04/2511/GA) en artikel 5 van de Regeling arbeidsloon gedetineerden d.d. 24 december 1998 (nummer 730386/98/DJI) is de beklagcommissie van oordeel dat indien een gedetineerde zich aanmeldt voor arbeid en daartoe op een wachtlijst wordt geplaatst, die gedetineerde in beginsel recht heeft op een loonvervangende uitkering. Het is aan de directeur om de gedetineerde die aangeeft arbeid te willen verrichten zo spoedig mogelijk weer voor de arbeid in aanmerking te laten komen.
Indien zulks niet mogelijk blijkt te zijn door een te gering aanbod van arbeid, komt de gedetineerde in aanmerking vooruitbetaling van een loonvervangende uitkering.
De omstandigheid dat een gedetineerde al dan niet tevoren van de arbeid is verwijderd, kan niet de grond vormen voor de uitsluiting van een loonvervangende tegemoetkoming gedurende een periode van lange (in beginsel onbepaalde) tijd. De hiervoor vermelde bepalingen uit de huisregels van [...] moeten, nu er sprake is van strijdigheid met hogere regelgeving, onverbindend worden verklaard. Dat maakt dat de daarop gebaseerde beslissing van de directeur om aan klaagster geen loonvervangende uitkering te betalen is genomen in strijd met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift. Het beklag dient daarom gegrond te worden verklaard en aan de directeur zal worden opgedragen om te beslissen dat aan klaagster alsnog de haar toekomende loonvervangende uitkering zal worden uitgekeerd.
Beslissing
De beklagcommissie verklaart de klacht gegrond en draagt de directeur op om – met inachtneming van deze uitspraak – te beslissen dat aan klaagster alsnog de haar toekomende loonvervangende uitkering zal worden uitgekeerd.
Aldus gegeven door [...] op 20 juli 2005.
Tegen deze beslissing kunnen klaagster en de directie beroep instellen door het indienen van een beroepschrift. Het met redenen omklede beroepschrift moet uiterlijk op de zevende dag na die van het ontvangst van het afschrift van deze uitspraak worden ingediend bij:
De Centrale Raad voor Strafrechttoepassing, postbus 30137, 2500 GC Den Haag.
Datum verzending afschrift:
Voor kopie conform: