Bespreking RSJ 04/2511/GA
RSJ-uitspraak 04/2511/GA, 17-01-2005
Essentie:
Gedetineerden hebben recht op wachtgeld als zij wegens onvoldoende arbeidsaanbod op de wachtlijst staan. Gedetineerden hebben óók recht op wachtgeld als zij eerder van de arbeid verwijderd zijn geweest of disciplinair zijn bestraft en inmiddels weer op de wachtlijst staan.
In de onderhavige casus stond in het arbeidsreglement van de betreffende inrichting dat gedetineerden, die van de arbeidsplaats verwijderd worden, na een verzoek om weer arbeid te mogen verrichten weer op de wachtlijst geplaatst worden, maar dat zij geen wachtgeld ontvangen.
De RSJ wijst in haar uitspraak nog eens op artikel 5 van de Regeling arbeidsloon gedetineerden (van 24 december 1998, nummer 730386/98/DJI), waarin staat:
"De gedetineerde ontvangt een loonvervangende financiële tegemoetkoming voor ieder uur waarin het voor hem geldende dagprogramma voorziet en voor zover hij niet aan arbeid heeft kunnen deelnemen als gevolg van:
c. de situatie dat de directeur niet kan voorzien in een aanbod van arbeid; de hoogte van de tegemoetkoming is gelijk aan het basisuurloon;
d. onvermijdbaar verzuim; de hoogte van de tegemoetkoming bedraagt 80 % van het basisuurloon".
Gedetineerden die hebben aangegeven arbeid te willen verrichten worden, als er onvoldoende arbeidsaanbod is, op een wachtlijst geplaatst. Daarbij wordt toepassing gegeven aan bovenstaande regeling. Dat betekent dat zij, gedurende de periode waarin zij op de wachtlijst staan, wachtgeld ontvangen.
De beroepscommissie heeft geoordeeld dat deze bepaling niet verenigbaar is met hetgeen in bovengenoemde regeling is bepaald. De omstandigheid dat een gedetineerde van de arbeid is verwijderd en een disciplinaire straf opgelegd heeft gekregen vormt naar haar oordeel geen grond voor een voorlopige uitsluiting van een loonvervangende tegemoetkoming. Het beklag werd op dit punt dan ook gegrond verklaard en aan de directeur werd opgedragen te beslissen dat de tegemoetkoming alsnog aan klager zal worden uitgekeerd.